21 juli 2010

Crowdsourcen rond militieregisters


Iedereen (toch?) heeft inmiddels wel gehoord van het crowdsourcing-project van het Stadsarchief Amsterdam. In het kort: archieven scannen registers en zetten ze online, het publiek indiceert ze, heeft er een leuke hobby aan, vindt er voorouders in terug en ontmoet er andere onderzoekers. Iedereen blij. We beginnen met de militieregisters.

Een heel mooi project dus en ik hoop dat vele archieven - ook het BHIC - mee zullen doen. In dat laatste geval draag ik er ook zelf graag mijn steentje aan bij. Ik heb dan een tweetal aandachtspunten, dat mijns inziens de kans op succes enorm vergroot, zo niet noodzakelijk is daarvoor.

What about the people?
Allereerst is dat de geringe aandacht voor de community op dit moment, het publiek, de vrijwilligers, onze klanten. Alhoewel het project over crowdsourcing gaat en het succes staat of valt met de participatie door gebruikers, is er vooralsnog maar weinig aandacht voor hen. Je kunt wel tot op de pixel en centimeter nauwkeurig lezen over het scanproces, over opdrachtbonnen, registertypen, over resoluties en zo meer, maar over het publiek zijn nog maar erg weinig woorden getypt.

Ik begreep tijdens een informatiebijeenkomst dat dit allemaal nog gaat gebeuren. Zo is er al wel een keer met Bob Coret gesproken, die immers ook al veel ervaring met community's en inmiddels ook met crowdsourcing heeft. Maar dan nog: ik bespeur toch een scheve balans in deze, de uitgangspositie voelt me verkeerd aan. Alsof die inklopcommunity wel spontaan ontstaat en aan de slag gaat, en alsof wij alle reacties en vragen en feedback en zo vanuit die community er wel eventjes bij gaan doen. Ik geloof daar niet in: communitybuilding en -management vergt een duidelijke strategie en het is hard (en veel) werken! Veel harder dan scannen. That's the easy part!

Oranjegevoel
Een tweede bedenking heb ik bij de manier van aanbieden van scans aan het inkloppende publiek. Het project gaat er vanuit dat het niet uit mag maken voor dat publiek of je nu van Zeeland of van Groningen een register voor je neus krijgt om te indiceren. Het gaat - in de woorden van de projectleidster - om het oranjegevoel, om te kijken of het landelijk kan werken en om mensen niet alleen met hun eigen omgeving bezig te laten zijn. Mensen bronnen uit hun eigen dorp laten indiceren? Bij voorkeur niet dus.

Nou ben ik sinds het afgelopen WK weer even genezen van oranjegevoel, maar bovenal leert iedere ervaring en ieder onderzoek in archievenland dat mensen vooral geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van zichzelf, van hun eigen voorouders, hun eigen huis en de nabije omgeving. Hoe dichterbij, hoe meer motivatie om (actief) iets te doen.

En als het doel van dit project is om een indiceringstool te bouwen, om registers te scannen en om daar vervolgens via crowdsourcing zo snel mogelijk indexen bij te krijgen, dan lijkt het mij dat het publiek zoveel mogelijk gegeven moet worden wat het wil: lokale bronnen, indien gewenst. Wat mij betreft dus een keuzemenuutje: wil je bronnen uit je omgeving? Wil je ze misschien alleen van een bepaalde periode? Of wil je ze alsnog kris-kras door elkaar? Dat soort keuzes triggert zoveel mogelijk mensen om mee te doen, denk ik. Het gegeven van een landelijk project sluit immers niet het desgewenst aanbieden van lokale bronnen uit. Maar tijdens de informatiebijeenkomst waren de meningen hierover verdeeld.

Winst
Dat zijn de twee opvallendste zaken die me dus, tja, opvallen. Ben benieuwd hoe jullie daar tegenaan kijken.

Die beide zaken doen trouwens geen enkele afbreuk aan mijn enthousiasme voor het project. Op andere fronten is namelijk pure winst geboekt in archievenland. Zo hoeven vrijwilligers niet per definitie in te loggen om te kunnen indiceren. Ook een toevallige passant kan dus een paar scans indiceren alvorens verder te trekken. En had daar een paar jaar terug maar eens om gekomen... en nu helaas vaak nog steeds. Onbestaanbaar dat een volkomen anoniem iemand ook maar een letter aan onze archieftoegangen zou mogen toevoegen! Pure winst dus, dat we die situatie achter ons laten. En wie weet, is iemand in ruil voor een scan van een toevallig gevonden voorouder bereid om een andere scan te indiceren. Zomaar voor een keertje.

Andere winst is samenwerking tussen archiefdiensten, samenwerking met het publiek en indicering van mooie archiefbronnen tot op het diepste gegevensniveau. Allemaal winst voor ons, maar vooral voor de klant. En daar gaat het om.

Plaatje

16 opmerkingen:

  1. Je schrijft "En als het doel van dit project is om een indiceringstool te bouwen, om registers te scannen en om daar vervolgens via crowdsourcing zo snel mogelijk indexen bij te krijgen..."
    Is het echt een doel om "zo snel mogelijk" een index te krijgen? Want ik weet niet zeker of je moet gaan crowdsourcen om iets snel gedaan te krijgen. Of ben ik nu te sceptisch?
    Ik kan me voorstellen dat indicering in India sneller (niet per sé goedkoper) is.
    Er zijn volgens mij andere, betere argumenten dan snelheid om te crowdsourcen: betrokkenheid, accuraatheid...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @Ingmar: Pfff... Moet ik weer op m'n woorden gaan letten - dan kan ik beter voor een blad gaan schrijven! ;-)

    Het doel van het project is omschreven als "een platform creëren waar alle Nederlandse archieven hun scans kunnen aanbieden om te laten indexeren en waar alle gebruikers van archieven hun steentje kunnen bijdragen aan het toegankelijk maken in ruil voor het plezier, de contacten, de informatie, de eer, scantegoed en wat we nog meer kunnen bedenken."

    Dat 'zo snel mogelijk' is dus iets wat ik er blijkbaar zelf bij heb bedacht... haha! Maar zoals uit mijn eerste alinea blijkt - en zoals je me hopelijk kent - vind ik de samenwerking met het publiek het allerbelangrijkste.

    Ik denk dat deze opzet kwalitatief betere resultaten oplevert dan indicering in bijvoorbeeld India (alhoewel ik daarmee geen ervaringen heb) maar in ieder geval is de ontstane klantrelatie goud waard.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Chris Uiteraard zijn we het met elkaar eens: het gaat om de band met de mensen.
    Over de kwaliteit van indexering in India: Amsterdam heeft dat een paar jaar geleden laten doen met de "broodjes" (persoonskaarten, waar naderhand nog zo veel heisa over was...) Ik kreeg toen de indruk dat de kwaliteit hoog was, maar ik weet te weinig van militieregisters om te kunnen beoordelen of de moeilijkheidsgraad van de twee 'bronnen' gelijkwaardig is.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. What about the people? Voorlichting, enthousiasmeren, goede implementatie, belangstelling van projectleiders voor het werk dat voor hun project verricht wordt, positief beloningsbeleid... daar staat of valt zo'n project mee. Niet alleen dit project maar ook andere projecten waaraan 'the crowd' meewerkt. En eigenlijk geldt dat natuurlijk ook voor interne projecten met medewerkers en/of vrijwilligers. Ik zag laatst een uitzending bij Regionet over een monument (ik weet absoluut niet meer wat 't was, iets met natuur geloof ik) en daarvoor werden mensen gezocht die een bijdrage in geld of natura wilden leveren om dat monument in stand te houden. De projectleider zei dat de meeste aandacht naar voorlichting, rondleidingen, publicaties etc. gaat, want als mensen iets niet kennen zijn ze niet bereid om geld te geven en/of mee te werken. Dat vind ik heel reëel gedacht van die projectleider. Publiciteit, mensen er actief bij betrekken, aandacht schenken aan hun werk als ze eenmaal bij het project betrokken zijn, als projectleiding actief deelnemen in de community, IRL-sessies beleggen als dat mogelijk is, een 'wij'-gevoel creëren, dat zijn allemaal belangrijke zaken om mensen in beweging te krijgen en vooral te houden. Als je de mensen er niet op een goede, actieve, inspirerende manier bij betrekt én erbij blíjft betrekken is een project gedoemd te mislukken. Ik zie dat helaas wel eens gebeuren en vind dat erg jammer omdat de bedoelingen vaak heel goed zijn.
    Ik ben dus benieuwd hoe Amsterdam 'the crowd' gaat enthousiasmeren!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Toevallig heb ik het over deze beide topics vorige week gehad met 'Amsterdam'- en ik geloof dat de noodzaak voor het zoeken van verbinding met de crowd wel is doorgedrongen inmiddels. Het vraagstuk dat overblijft is hoe - ik heb beloofd daar ook mijn gedachten eens over te laten gaan.

    Wat dat tweede betreft, ook daar hebben we het over gehad. Volgens mij zijn er 2 soorten publiek die je kunt aanspreken: mensen die het gewoon leuk vinden om een bijdrage te leveren, en die zullen dat inderdaad bij voorkeur doen bij iets waar ze zelf affiniteit mee hebben. Daarnaast kun je kiezen voor een 'beloningsmodel'- In dat geval ga je dus niet voor een 'intrinsieke beloning'(feeling good), maar je krijgt in ruil voor het werk dat je levert bijv. credits voor het bestellen van scans - ik noem maar wat. In dat geval kan ik me voorstellen dat het mensen minder uitmaakt wat ze precies indiceren. Ik denk dat je in het ideale model beide publieksgroepen aanspreekt.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. @Ingmar: Die vergelijking kan ik ook niet maken. Ze hebben het wel kort aangestipt tijdens de informatiebijeenkomst, maar meer als onderonsje tussen de Amsterdammers. Trouwens waren er op die bijeenkomst louter Brabanders afgekomen. Ook grappig.

    @Wat Van Waarden Is: Wij zijn het met elkaar eens. Vandaar dat ik zo schrok van de matige aandacht die er tot dusverre was voor de 'crowd'. Maar goed, ik heb heel goede hoop dat dit verbetert, en hopelijk kan ik daar zelf aan bijdragen.

    @Petra1010: Jij komt ook overal! ;-) Zelf had ik tijdens die informatiebijeenkomst behoorlijk hard ingezet op beide punten, dus misschien dat dit ook heeft geholpen. Over het 'hoe' kunnen we aardig wat nadenken met z'n allen - daar moet je om te beginnen eens met iedereen die wil over brainstormen. Er is echt al veel ervaring, niet alleen in het archiefwezen. Leuk onderwerp!

    En wat het tweede betreft: vandaar mijn keuzemenuutje. Gewoon zoveel mogelijk mensen aanspreken, op de manieren die hen aanspreken.

    Zo'n beloningsbeleid waarin vooral credits voor scans een rol spelen - waarop ze nu aansturen - werkt prima voor een bepaalde groep, denk ik. Maar slechts tot zekere hoogte. Ik bedoel: er is een grens aan het aantal credits wat je redelijkerwijs nodig hebt, wat je hoeft te sparen om er scans voor in te zien. En daarna moet er dus 'iets anders' worden geboden, om mensen alsnog 'aan de gang' te houden.

    Ik denk zelf dat mensen die indiceren voor de credits relatief weinig zullen indiceren, omdat je nou eenmaal geen duizenden credits nodig hebt (want je hoeft alleen van je voorouders maar wat scans te hebben, toch? Overmatig sparen heeft geen zin.) Mensen die indiceren voor 'feeling good' en zo, die zullen veel en veel meer geneigd zijn veel te indiceren - van een goed gevoel krijg je immers nooit genoeg. Een beetje vergelijkbaar met onze huidige vrijwilligers.

    Enfin, zomaar wat eerste gedachten. Er moet goed over worden nagedacht. Jammer dat dit punt tijdens de informatiebijeenkomst wel werd genoemd, maar nauwelijks werd behandeld. Ben ik ook debet aan.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Volgens mij is het nut van belonen wel goed aan de orde gekomen tijdens de informatiebijeenkomst. Maar dat kan ook mijn beleving zijn, omdat ik daar nogal een punt van maak zoals je weet.

    Voor het overige is alles wel zo´n beetje gezegd en zijn de piketpaaltjes geplaatst. Goed project wat ik met interesse zal volgen, hoe dan ook.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Een mooi voorbeeld van "feeling good" is te lezen op het weblog van Richard Keijzer (Van Papier Naar Digitaal): Wat geeft mij een tevreden gevoel.

    Het "keuzemenu'tje" lijkt mij inderdaad een goeie! Ook voor FamilySearch Indexing (zie ook Vrijwillige digitalisering). Daar heb je volgens mij ook geen keuze, dus ik denk (als er al Nederlandse bronnen via dit medium werden aangeboden voor transcriptie) dat er niet zo veel Nederlanders zijn die zullen helpen als er alleen maar Amerikaanse bronnen langskomen...

    BeantwoordenVerwijderen
  9. @Bob
    Kijk ook eens hier naar op de community Archief 2.0.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. @Luud: Dat nut van belonen is tijdens die bijeenkomst vooral aan de orde geweest in relatie tot de discussie gratis/betaald aanbieden van scans. En dan ging het dus vooral om de beloning 'gratis scans'. Over al die andere vormen van stimuleren en belonen is het niet meer gegaan, en dat zijn juist de aspecten waarover ik het zou willen hebben.

    Want ja, ook ik denk dat belonen door gratis scans maar een beperkt effect heeft. Andere vormen van belonen leveren naar mijn idee, zeker op termijn, veel meer op. Zowel voor de vrijwilliger als voor het archief.

    @Bob: Dank voor de links. Ik weet dat het projectteam al naar FamilySearch en Footnote heeft gekeken, maar natuurlijk moeten er nog meer voorbeelden worden bekeken. (En sowieso zie ik de relatie met Footnote niet zo, maar dat kan aan mij liggen.)

    In ieder geval moet naar Nederlandse voorbeelden worden gekeken en moet er met Nederlandse ervaringsdeskundigen worden gepraat, zoals met jou en met de mannen achter VPND, voor ideeën, achterban enzovoort.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. @Luud @Christian @Petra1010 Belonen met gratis scans of credits of iets wat je als een soort ruilmiddel kunt beschouwen (jij geeft mij iets, ik geeft jou iets retour) is één ding, positief belonen met schouderklopjes (geen geld of goed of scans o.i.d., maar waardering en aandacht en betrokkenheid) is een tweede. Dat laatste kan voor een bepaalde groep mensen ook heel belangrijk zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Wat ook altijd motiverend werkt is het bijhouden en delen van (top-10) lijstjes. De meeste, de oudste, de meest recente, de langste, per stad, thermometer van waar we staan ten opzichte van het doel (x%). Het afgelopen uur/jaar/dag/week zijn er x scans getranscribeerd. Vrijwilliger van de week/ in de spotlight etc. Opties om makkelijk tips en ervaringen te delen. En zo dies meer.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. @Wat Van Waarden Is: Ben ik helemaal met je eens! Geld geeft maar kortstondig plezier, al die andere zaken gaan langer mee. Ik denk niet alleen dat dit voor een bepaalde groep heel belangrijk is, ik denk zelfs dat die groep het leeuwendeel van het indiceren voor z'n rekening gaat nemen.

    @Hans: Dank voor je reactie! En ik denk dat je helemaal gelijk hebt. Je eerste paar voorbeelden geven op een heel eenvoudige manier vrijwilligers al het gevoel aan een gezamenlijk, groot project bezig te zijn. Je laatste voorbeelden gaan in de richting van echte netwerkfunctionaliteit of een combinatie van weblog en forum of iets dergelijks. Mensen met elkaar in contact laten komen, op een manier waar ze blijvend plezier aan hebben. Over precies dit soort zaken moeten we het dus overduidelijk gaan hebben, naar mijn mening. En dit zijn alvast prima suggesties!

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Toch nog even over FamilySearch als voorbeeld (via @fs_news): Online Volunteers Index a Whopping 100 Million Records Already This Year.

    Wow!

    Wat voor incentive gebruiken zij?

    BeantwoordenVerwijderen
  15. @Bob: Dank voor de link! Van FamilySearch heb ik eens de FAQ en zo doorgenomen en ik kon zo in de gauwigheid niks over een incentive vinden. It's telling.

    In alle documentatie wordt simpelweg ingespeeld op het feit dat vrijwilligers samen meehelpen aan een leuk en supergroot project waar iedereen veel (onderzoeks)plezier aan gaat beleven. Indexen (en voor zover ik kan nagaan ook scans) komen voor iedereen beschikbaar.

    Als dat klopt, is dat dus een verschil met het Amsterdamse project: daar moet (in ieder geval gedurende de loop van het project) betaald worden voor het inzien van scans. Vrijwilligers kunnen door indexering sparen voor gratis scans. Da's een van de beloningsvormen.

    Net als Luud weet ik bijna zeker dat veel meer mensen zullen willen indiceren als die scans gewoon gratis beschikbaar komen, maar de opbrengsten van de scans zijn blijkbaar nodig om (naast subsidies) het project te financieren. Ook denkt Amsterdam dat credits voor scans een goede stimulans zijn voor vrijwilligers om mee te helpen. Dat vinden wij dan weer de omgekeerde wereld, want met gratis scans is die stimulans helemaal niet nodig.

    Nou goed, we gaan het zien. FamilySearch is in ieder geval uitermate succesvol en daar kan ik scans gewoon inzien (of toch tenminste de scans die ik heb aangeklikt). Er zou gewoon eens met die mensen gepraat moeten worden.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. Bij het doornemen van wat achtergrondinformatie bij het project stuit ik op dit tekstfragment:

    "Maar er kunnen straks gemakkelijk meerdere archiefbestanden tegelijkertijd worden geïndexeerd, zodat iedereen iets kan kiezen binnen zijn belangstelling en moeilijkheidsgraad."

    Het gaat over 'straks' (waarmee bedoeld wordt ná de pilotfase, waarin de militieregisters worden geïndiceerd) en uit de context lijkt te blijken dat het vooral over 'belangstelling' voor een bepaald type bron gaat, maar blijkbaar wordt er dus zeker gespeeld met de gedachte om mensen keuzemogelijkheden te bieden. Iets wat in de informatiebijeenkomst helemaal niet zo verwoord werd.

    Nou goed, ik heb er alle vertrouwen in dat we hier met z'n allen wel uitkomen, om zoveel mogelijk mensen samen te laten werken. :-)

    BeantwoordenVerwijderen