9 juni 2011

Verslagreeks #kvan11 - 'Het landschap staat in mij geschreven': landschapsverbeelding in archieven


Dit is de eerste blogpost in een reeks posts over de KVAN-dagen 2011.

Als archivarissen vragen we onszelf volgens Bert Looper, directeur van Tresoar, voortdurend af waarop we ons moeten richten: op afgesloten archieven of op het begin van het archiveringsproces? Op archieven als informatiebronnen of als erfgoed?

Onze positionering en onze rol als archivaris is gedurende de afgelopen decennia bepaald door het snijpunt van deze beide assen. In zijn inaugurale rede werd deze kruising door Theo Thomassen nog eens tegen het licht gehouden en bediscussieerd. Maar volgens Bert zijn het allemaal slechts schijnbare tegenstellingen.

Hij gaat terug naar het moment waarop hij zelf het archivistisch licht zag en citeert daarvoor Adson van Melk, uit Umberto Eco's De naam van de Roos. Als deze jonge novice door de bibliotheek van de Italiaanse Benedictijner abdij loopt waar het verhaal zich afspeelt, constateert hij dat hier geen rijen met boeken staan, maar perkamenten die met elkaar fluisteren en elkaar verhalen vertellen.

Bert wil de verbeeldingskracht van archieven laten zien. Archieven als representanten van een multidimensionale werkelijkheid. Als archivarissen houden we ons volgens hem te vaak voor dat wij van de proces- en contextgebonden informatie zijn. Van al dat andere zijn we blijkbaar niet. Onterecht, vindt Bert.

Door de vermaatschappelijking van archieven zijn archiefinstellingen net zo goed herinneringsinstituten geworden. Bewaarplaatsen van wat we ons moeten, kunnen en willen herinneren. Naast hun informatiewaarde bestaan archieven ook als pure esthetisch waardevolle objecten. Frank Ankersmit had het in dit verband al over de sublieme historische ervaring.

Gevoelens over het verleden zijn net zo belangrijk als wat we feitelijk over dat verleden weten. Lagen van context en interpretatie maken archieven desondanks ook moeilijker te begrijpen. Ons werk maakt archieven dan wel toegankelijk, tegelijkertijd maken ze de historische ervaring ook ontoegankelijk.

Dit illustreert Bert aan de hand van de archieven van het Kadaster. Auke van der Woud beschrijft, vanuit zijn eigen historische ervaring, in zijn proefschrift Het lege land het Kadaster als een kwantitatieve en kwalitatieve inventarisatie van de betimmerde en onbetimmerde omgeving. Door de context van belastingwetgeving waarin wij archivarissen het Kadaster hebben geplaatst, is deze bronwaarde voor land en landschap echter uit beeld geraakt.

Volgens Bert moeten we dan ook, zoals Eric Ketelaar in 1998 al suggereerde, meer aandacht schenken aan het begrip archivalisering (het mentale proces dat aan het vastleggen van gegevens vooraf gaat), naast contextualisering.

Reflectie
En wat denk ik er zelf van? Ik denk dat ik het gevoelsmatig helemaal met Bert eens ben, maar ik weet dat ik dit gevoel niet kan onderbouwen met feiten. Ik luister altijd graag naar de wat filosofisch getinte lezingen van Bert, maar desondanks en helaas slaag ik er niet altijd in om mee te reizen tot de verondersteld diepere kern van zijn betoog. Zo ook nu weer. Ik zou zijn verhaal graag nog eens na willen lezen, want ondanks velletjes aantekeningen zie ik nu door de opgeschreven feiten zijn verhaal niet meer.

Kenmerk van archieven is dat ze later met hele andere motieven worden geraadpleegd dan waarvoor ze oorspronkelijk werden aangelegd. Te veel hameren op de administratieve context van archieven kan leiden tot het uit zicht raken van de emotionele waarde, de gevoelens, de verhalen en herinneringen die archiefstukken herbergen. Dat moeten we voorkomen.

Foto: schilderij van Aldrik Sluis, uit de tentoonstelling Landschap en verbeelding

5 opmerkingen:

  1. Petje af dat je er überhaupt in geslaagd bent een samenvatting van het verhaal van Bert te maken. Ik ben er niet in geslaagd het te volgen...
    (en zelfs bij jouw samenvatting heb ik moeite om het te volgen)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Als ik jouw verslag teruglees (ik sluit me verder aan bij Ingmar) herinner ik me weer de tweets die ik aan het betoog van Bert Looper wijdde.
    De eerste:
    Bert vindt dat archivarissen het werk doen, maar ik denk dat de bezoekers en onderzoekers het werk doen. Wij moeten faciliteren.
    Dat lees ik nu weer in jouw verslag. Wij kennen geen betekenis toe, dat moeten we overlaten aan de onderzoekers die de archieven gaan gebruiken toch?

    Mijn tweede tweet:
    Bert Looper heeft het over papieren archieven. Hoe vertaal je dit naar de nieuwe digitale archieven.
    Dat gevoel kreeg ik steeds sterker naarmate het verhaal vorderde. De context van het archief, de fysieke plaats, speelde ook een rol. Ik denk dat je dat los moet laten en niet kunt beoordelen, nu al, dat de toekomstige onderzoeker in digitale archieven dat onderzoek en de bevindingen anders gaat beleven.

    Ik denk dat jouw laatste alinea mooi aangeeft waar het werkelijk om gaat, Daar kan geen filosofische gedachtegang tegenop.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Ingmar: Dankjewel! Het viel niet mee, maar als ik weinig twitter tijdens de lezing, dan kan ik het verhaal nét ietsjes beter volgen - genoeg voor een samenvatting. ;-) (Ik heb ook moeite om hem te volgen, vandaar mijn wens om het nog eens na te kunnen lezen.)

    @Duul58: Iedere bewerking die een archivaris toepast op een archief - of het nu ordenen of beschrijven of wat dan ook is - is het toevoegen van interpretatie, of zelfs betekenis. Daar ontkomen we niet aan als archivarissen, ook al worden we nog zo goed getraind om ons werk zo neutraal mogelijk uit te voeren. Het daadwerkelijke interpreteren en betekenis geven is natuurlijk aan de onderzoekers - daarin heb je helemaal gelijk.

    Bert betoogde (volgens mij) vooral dat wij soms veel te veel van dat 'neutrale' werk doen. En vooral dat wij, door het zoveel mogelijk context toe te voegen aan het geheel, om het zo goed mogelijk toegankelijk te maken, we tegelijkertijd ook bepaalde interpretaties en betekenis (onbewust) 'verbergen'. Dan gaat het niet zozeer om de informatiewaarde van archief, als wel over de verhaalswaarde, de gevoelswaarde, de emotionele waarde enzovoort. We overcontextualiseren.

    Te vergelijken met het grapje wat ik wel eens maak: sommige inleidingen bij inventarissen bevatten al zoveel woorden vol interpretatie en context en uitleg en geschiedenis, dat ik het archief zelf nauwelijks nog hoef te raadplegen (of onbevooroordeeld kán raadplegen, zonder vantevoren al 'besmet' te zijn geraakt door de betekenislaag die de archivaris er al op heeft aangebracht).

    Wat de omslag van fysiek naar digitaal betreft: context is natuurlijk meer dan de fysieke plaats van een archief. Maar zelf heb ik niet naar zijn verhaal geluisterd met die omslag naar het digitale in m'n achterhoofd. Dus daar zou ik opnieuw het stuk voor moeten lezen.

    Dank voor je reactie!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ik ben het helemaal eens met jouw laatste alinea Christian. En naar aanleiding van de reactie van Luud dacht ik aan wat een studente zei tijdens de plenaire lezing op dag 2 van #kvan11: dat jongeren ook historische sensatie kunnen beleven bij het zien van een scan. Ik denk dat dat ook best kan. Wij (de 'analoog geborenen') koppelen historische sensatie vaak aan het zien en lezen en vasthouden van een fysiek archiefstuk, maar als je historische sensatie koppelt aan de ontdekking van iets waar je al dan niet naar op zoek was, kun je ook historische sensatie beleven bij de ontdekking van een feit op een scan van een archiefstuk, of het nu een scan is van een oud archiefstuk of een weergave van een digitaal gevormd archiefstuk. Dan gaat historische sensatie niet meer om het fysieke stuk maar om de inhoud. En misschien bedoelde de studente zelfs dat het zien van een scan van een archiefstuk historische sensatie teweeg kan brengen. Niets is onmogelijk :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @Wat Van Waarden Is: Het bekende verschil tussen 'digital natives' en 'digital immigrants' dus weer.

    Die jongeren denken over zo'n scan helemaal niet na als over een scan. Voor hen is die scan net zo origineel als ons papieren origineel. Sterker nog: ons papieren origineel is in hun beleving misschien slechts een print van een digitaal origineel!

    Dat je ook bij het zien van een scan dus een historische sensatie kunt beleven, is voor hen een non-issue. Dat is namelijk gewoon zo.

    Het blijft interessant om je te verplaatsen in een andere wereld... Dankjewel voor je reactie!

    BeantwoordenVerwijderen