2 september 2011

Wat motiveert de archivaris?


Onder die titel is op de website van Brain een samenvatting te downloaden van de scriptie Leeftijd-gerelateerd functieontwerp; een onderzoek naar de invloed van leeftijd op de voorkeuren voor functiekarakteristieken.

Andrieke Ollefers licht daarin de resultaten van haar onderzoek toe, dat ze uitvoerde op basis van literatuur en een survey onder archivarissen in Nederland, van wie er 291 de vragenlijst voldoende hadden ingevuld om mee te kunnen nemen in de analyse.

Centraal in het onderzoek staan zeventien functiekarakteristieken, zoals autonomie, werkcondities en diversiteit aan vaardigheden. Archivarissen zijn gevraagd naar het belang dat ze hechten aan deze karakteristieken en vervolgens is gekeken of dat belang verandert naarmate de leeftijd toeneemt.

Resultaten
Elf van de karakteristieken worden belangrijk tot zeer belangrijk gevonden. De overige karakteristieken worden neutraal gewaardeerd. In die laatste categorie vind ik vooral de aanwezigheid (op het randje trouwens) van de karakteristieken 'taakbetekenis' en 'interactie buiten de organisatie' opvallend. Die eerste karakteristiek wordt als volgt omschreven:

Taakbetekenis betreft het belang van het werk voor de omgeving en de vraag of het werk en de resultaten het leven of het werk van anderen beïnvloeden.

Naast het feit dat werken mij een salaris en voldoening opleveren, vind ik het persoonlijk namelijk een van de belangrijkste punten dat mijn werk ook van betekenis is voor anderen. Zonder die betekenis zou het werk wat ik doe in wezen zinloos zijn of toch tenminste zinloos voelen. Veel anderen hebben misschien al voldoende aan het salaris en die persoonlijke voldoening?

Het onderzoek toont verder aan:

Oudere archivarissen hechten meer belang aan autonomie, specialisatie, het feit dat anderen onafhankelijk zijn van hun werk, weinig lichamelijke verrichtingen en een eenvoudig gebruik van apparatuur dan jongere.

Van deze vijf karakteristieken behoren trouwens alleen autonomie en specialisatie tot de elf karakteristieken die gemiddeld belangrijk tot zeer belangrijk worden gevonden.

Jong geleerd, oud gespecialiseerd
Gespecificeerd naar leeftijd is het beeld iets genuanceerder. Voor autonomie geldt dat dit door alle leeftijdsgroepen belangrijk wordt gevonden, maar specialisatie wordt alleen door oudere archivarissen belangrijk gevonden. Het lijkt dus logisch om hier in het functieontwerp rekening mee te houden, maar let op: specialisatie maakt een medewerker beperkter inzetbaar. Tel daarbij de vergrijzing van het personeelsbestand op en je loopt het gevaar dat het grootste deel van je medewerkers beperkter inzetbaar is door specialisatie. Balanceren dus.

En tot slot: alhoewel ik die conclusie niet zal mogen trekken op basis van dit onderzoek, bevestigt het wel mijn beeld van archivarissen in het algemeen: ze werken eigenlijk het liefst op zichzelf.

Interessant onderzoek voor wie zich bezighoudt met functieontwerpen en personeelsbeleid.

8 opmerkingen:

  1. Ha, de discussie gaat door en wordt nog complexer...
    Ik merk trouwens dat ik in dit soort discussies de term "archivaris" in mijn hoofd steeds gelijk stel aan de "benoemde archivaris" uit de wet, dus de gemeente-, waterschaps- of rijksarchivaris.
    Ik heb de samenvatting nog niet gedetailleerd gelezen, maar ik geloof dat er in het onderzoek geen onderscheid gemaakt is naar "huidige functie" of zoiets.
    Ik kan me heel goed voorstellen dat de "gemeentearchivaris" die hoofd is van een dienst van vijf of tien mensen andere dingen belangrijk vindt, dan de gemeentearchivaris die in een RHC werkt onder een niet-archivaris-directeur of dan iemand met een archiefdiploma in dienst van het NA.
    Binnenkort maar eens goed lezen en er over nadenken...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Interessant verhaal Christian!
    De conclusie is dus een open deur. Hoewel die nu dan enigszins onderbouwd is door een vragenlijst en gedegen onderzoek.
    Ik denk dat als je lang bij een archiefdienst werkt je vanzelf een specialist wordt en vanzelf minder breed inzetbaar bent. Tenzij je om de vijf jaar een andere functie gaat bekleden. Dan blijf je mogelijk iets meer een generalist.
    De schaalverschillen tussen archiefdiensten spelen hierbij natuurlijk een grote rol.

    Is dit nu (opnieuw) een bevestiging dat archiefdiensten niet alleen maar archivarissen in hun personeelsbestand moeten toevoegen?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Ingmar: Ja, het gaat lekker met die competenties, profielen en zo meer. ;-) Nog nagedacht over die andere post trouwens?

    Wat betreft het onderzoek: nee, er is voor zover ik weet niet gekeken (of tenminste gevraagd) naar de grootte van instellingen. De vragenlijst bestond uit vragen naar de functiekarakteristieken en naar drie persoonskenmerken, te weten leeftijd, geslacht en opleiding. Grote en kleine diensten kunnen in de resultaten dus niet worden uitgesplitst. Dat zou mogelijk wel erg interessant zijn geweest.

    Overigens zijn de emailadressen van respondenten door de instellingen (leden van Brain) zelf aangedragen. Het gaat om archivarissen met een opleiding op HBO- of WO-niveau, aangevuld met werkende archivarissen in opleiding en vier zelfstandig werkende archivarissen (ik neem aan dat zzp'ers worden bedoeld).

    @Luud: Het antwoord op die laatste vraag is: indirect misschien wel. Maar hadden we daar dit onderzoek nog voor nodig? ;-)

    Toevallig las ik vandaag de gespreksverslagen behorende bij de scriptie van Karin Leers, over de competenties van de 'interactieve archivaris'. De meeste ondervraagden geven expliciet aan dat er op een archiefdienst zeker niet alleen archivarissen moeten rondlopen. Dit lijkt me dan ook geen discussiepunt meer, toch?

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Goed om aan dit onderwerp voortdurend aandacht te besteden. Wat betreft het rondlopen archivarissen en niet-archivarissen binnen een archiefdienst: ik denk dat archivarissen die met een niet-specifieke archieftaak zijn belast zich zouden moeten bekwamen in die taak (als ze dat nog niet hebben gedaan), bijvoorbeeld communicatiemedewerkers, educatiemedewerkers, tentoonstellingenmakers, systeembeheerders, webmensen etc., maar andersom geldt dat m.i. ook. Mensen met een opleiding voor communicator, educator, tentoonstellingenmakers, systeembeheerders, webmensen, etc. etc. zouden kennis moeten hebben van de verschillende aspecten van archiefwerk. Dat gebeurt lang niet altijd. Het is lastig communiceren als je niet weet waarover je praat!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @Wat Van Waarden Is: Dankjewel voor je reactie. Volgens mij wilde Ingmar vandaag óók weer aandacht besteden aan dit onderwerp.

    Je zegt dat je vindt dat archivarissen die belast zijn met bijvoorbeeld educatie, systeembeheer en dergelijke zich in die taak zouden moeten gaan bekwamen. Zelf denk ik dat je (uitzonderingen daargelaten) die archivarissen veel beter werk kunt geven wat bij ze past, en educatie, systeembeheer en dergelijke moet overlaten aan specialisten die daar niet alleen voor zijn opgeleid, maar er vaak ook al ervaring mee hebben.

    Ik ben het wel met je eens als je zegt dat die laatsten zich wel op de hoogte moeten stellen van het archiefvak. De cursus "Archivistiek voor niet-archivarissen" lijkt me te voorzien in zo'n behoefte (alhoewel ik dat alleen van anderen heb gehoord).

    Want precies zoals je zegt: je moet iets van elkaar weten, om met elkaar te kunnen communiceren.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. @Christian, welk werk past bij een archivaris? Alleen 'archivarissenwerk'? Mensen hebben vaak meerdere talenten en als een archivaris ook talent heeft voor communicatie, manager, educatie, financiën, exposities maken, systeembeheerder, restaurator, etc., dan kun je een archivaris heel goed in die richtingen laten bijscholen en daarin werkzaam laten zijn! Twee vliegen in één klap: iemand die van de hoed en de rand weet op het gebied van 'archivarissenwerk' in combinatie met een ander specialisme. En als de archivaris in kwestie dan zielsgelukkig is met zijn niet-specifiek archivarissentaak die hij/zij met zijn gedegen archivarissenachtergrond een extra dimensie kan geven, lijkt me daar niets op tegen.
    En inderdaad, de cursus 'Archivistiek voor niet-archivarissen' is geschikt voor niet-archivarissen die in een archief werken. Ik zou nog eens goed moeten navragen bij collega's die de cursus hebben gevolgd of ze een beter, ander, nieuw beeld hebben gekregen van wat het archivarissenvak inhoudt, in al zijn aspecten.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. @Wat Van Waarden Is: Voordat je denkt dat ik archivarissen het liefst alleen archiefwerk laat doen omdat ze verder niks zouden kunnen... Dat is natuurlijk niet zo. Iemand die voor wat dan ook talent heeft, die moet zich daar vooral in bekwamen en er werk in zoeken, niet noodzakelijkerwijs in die volgorde.

    Maar als bijvoorbeeld ik een communicatiemedewerker of een systeembeheerder zoek, dan zoek ik dus geen archivaris die met wat opleiding iets van communicatie of systeembeheer weet. Dan zoek ik een communicatiemedewerker of systeembeheerder die vervolgens iets wordt bijgeschoold wat archieven betreft. Dat lijkt me een stuk efficiënter en effectiever.

    Dit is ook de ontwikkeling die je ziet in den lande: op vrijwel alle, zeker grotere archiefdiensten lopen steeds minder archivarissen rond, behalve voor het 'archiefwerk' en voor functies waarin het in het verleden zo is gegroeid. Voor de rest worden voor gespecialiseerde andere functies, gespecialiseerde functionarissen gezocht en gevonden.

    Dat zegt dus niks over de talenten en/of mogelijkheden van een individuele persoon, zeg een archivaris. Er zijn immers altijd uitzonderingen die de regel bevestigen. En die zorgen zelfs vaak voor wat noodzakelijke smeerolie in de organisatie, niet alleen op archieven.

    Mijn ervaring is verder trouwens dat het beslist niet altijd een voordeel is dat iemand van ict, communicatie, management of wat dan ook 'van de hoed en de rand' weet op archiefgebied.

    Maar gelukkig is de praktijk vaak een mix van onze beide theorieën. ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Ik heb Andrieke Ollefers nog gevraagd naar het waarom achter het niet meenemen van de instellingsgrootte als factor in het onderzoek. Dit is haar antwoord (uiteraard met toestemming gepubliceerd):

    "Het was een onderzoek naar de behoeften en voorkeuren van archivarissen, niet naar de hoeveelheid van de karakteristieken in de huidige werksituatie. Deze voorkeuren zouden in principe los moeten staan van de grootte van de organisatie waar men werkt, maar natuurlijk speelt de ervaring in de huidige functie op de achtergrond altijd mee in een voorkeur.

    In samenspraak met mijn begeleider heb ik er voor gekozen om alleen leeftijd, geslacht en opleiding te gebruiken als onafhankelijke variabele. In de samenvatting heb ik alleen over leeftijd bericht, de andere twee zijn wel in de scriptie meegenomen maar spelen een bijrol. Vandaar dus."

    BeantwoordenVerwijderen