30 januari 2009

Buiten spelen voor de erfgoedmedewerker 2.0


Al een ruime maand, sinds de keynote van Ranti Tjan op de DE conferentie 2008, lag het boekje Buiten Spelen. Woudlopershandboek voor de erfgoedmedewerker 2.0 bij me in de woonkamer. Al wel driemaal bladerde ik het door en las ik er her en der iets in, maar tot echt vooraan beginnen en achteraan eindigen was ik nog niet gekomen.

Het woudlopershandboek doet eigenlijk op een prettige manier verslag van het project Laboratorium Waterwolf, dat plaatsheeft in Gouda. In dit project werken de Openbare Bibliotheek Gouda, museumgoudA en het Streekarchief Midden-Holland samen met de Haagse Hogeschool.

Betekenis voor Gouda
Gouda, een stad met een wervelende geschiedenis, maar die tegenwoordig vooral bekend staat om verzakking en sociale onveiligheid.

Hoe heeft of krijgt die lokale, Goudse omgeving weer betekenis voor haar inwoners? Hoe laten we die mensen hun stad en hun eigen identiteit weer ontdekken? En welke rol kunnen wij, traditionele erfgoedinstellingen, daarbij spelen?

In de inleiding van het woudlopershandboek worden talloze van dit soort wezenlijke vragen op een mooie manier samengevat:

Hoe kunnen wij wat mensen raakt, gaan faciliteren?


Eigenlijk zou iedere erfgoedinstelling dit in z'n mission statement moeten hebben staan.

Na deze inleiding vervolgt het handboek met het verslag van een ontdekkingstocht van de Goudse erfgoedmedewerkers, die al doende denken over het antwoord op de hierboven gestelde vraag. En probeerden ze eerst hun lopende projecten nog een andere richting in te duwen, al snel kwamen ze er achter dat er toch echt bij nul begonnen moest worden.

Buiten spelen
Met binnen blijven zitten zijn nog nooit nieuwe werelden ontdekt, dus het devies is om buiten te gaan spelen. De straat op dus. Wat willen mensen? Wat zijn hun interesses en hun passies? Welk verhaal hebben ze te vertellen? Niet praten, maar luisteren. Ook al vinden sommige erfgoedmedewerkers dat "oneerlijk", zoals een van hen zegt.

Tijdens brainstormsessies wordt bedacht welke projecten er allemaal kunnen worden uitgevoerd. Dat dat lastig is voor ons soort medewerkers, illustreert Dick Rijken, die vanuit de Haagse Hogeschool een en ander begeleidt, en ook als co-auteur het handboek schreef:

Uit gesprekken met burgers kwam het thema 'sport', maar via de brainstorms kwam er uiteindelijk een boekenproject voor de bibliotheek uit. Ook leuk, maar het is iets anders dan 'sport'.


En niet lachen nu. Want zo zijn wij dus!

Eigenlijk gaat het ook steeds om de veranderende relatie met onze klant. Benader klanten niet als doelgroepen, maar als partners. Partners die kennis en informatie hebben en beschikbaar willen stellen. Partners die willen samenwerken.

Patchingzone
Gelukkig worden de erfgoedmensen bijgestaan door internationale studenten van The Patchingzone. Samen worden innovatieve, leuke projecten uitgedacht en uitgevoerd, zoals de 'vergeet me niet'-tent.

In februari 2008 treffen de Gouwenaren op de markt ineens een grote, rode tent aan, waarin aan hen de vraag wordt gesteld welke herinnering ze nooit meer zouden willen vergeten. Met behulp van een kaart wordt die herinnering vervolgens aan een plek in de stad gekoppeld.

Of het project vergeten eten, waarbij in diezelfde rode tent mensen kunnen proeven van recepten uit de archieven. Even geen reflectie op historie dus, maar koken en bezoekers begeleiden.

En dat oude recepten in de smaak vallen weten we op het BHIC ook. Tijdens een Open Monumentendag hebben we namelijk hetzelfde gedaan, ik geloof in 2006. Niet op de markt, maar gewoon bij ons in huis. Daar moeten mensen dus wel eerst komen...

Mooi, mooi, mooi!
Ik ga niet het hele boekje bespreken. Je leest waarschijnlijk toch sneller door het boekje heen, dan door deze blogpost. De laatste hoofdstukken van het boekje zijn overigens het meest verhelderend: hoe heeft Waterwolf het dagelijks werk van de medewerkers veranderd? Hoe kijken de directeuren tegen het project aan? Wat kunnen anderen ervan leren?

Multidisciplinair werken, maar wel met focus. Een open houding aannemen, of het nu in een tent of in een gesprek is. Groot denken, maar klein beginnen. Niet alles hoeft in een keer goed. Niet alles is voor de eeuwigheid. Het leren van mensen is het meest duurzaam. Bla, bla, bla...

Nee hoor, geen blablabla omdat het niet waar zou zijn, maar omdat het geen zin heeft om het hier in te typen of te lezen. Sommige dingen kun je namelijk niet leren door te lezen, die moet je ervaren. Exact hetzelfde ervaren we op het BHIC met Zuidland.

En dat is eigenlijk ook het enige wat je met dit woudlopershandboek kunt: geïnspireerd raken om zelf te ervaren wat ze in Gouda inmiddels hebben geleerd. Of eigenlijk beter nog steeds aan het leren zijn. En da's heel wat!

En dat, tenslotte, is ook meteen de belangrijkste les voor het management: besteed innovatie niet uit. Duurzame verandering in je organisatie krijg je namelijk alleen door je medewerkers te laten innoveren.

Vraag het Gouda.

Foto: Vivian Wenli Lin

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen