19 september 2009

Verslag dag 2 Informatie aan Zee #info09


De tweede dag van Informatie aan Zee bleek minimaal voor mijzelf een stuk interessanter dan de eerste, waarvan ik eerder al verslag deed. Dat kwam vooral door de vele 2.0-gerelateerde onderwerpen die dag.

23 Dingen - didactische aspecten van een e-leerprogramma
Eva Simon

Zo presenteerde Eva Simon bijvoorbeeld de resultaten van een onderzoek naar het leereffect van 23 Dingen in Vlaanderen, naar de leerstijlen van de deelnemers daaraan en zo meer. Eva baseerde zich daarbij op de formule van ELEC en ging vervolgens uit van woestijnvosjes (mensen die heel gestructureerd willen leren en veel begeleiding wensen), aubergines (mensen die zelfstandig willen leren, zonder al te veel structuur en begeleiding) en terracottapotjes (een combinatie daarvan). De deelnemers aan de Vlaamse 23 Dingen zijn vooral te vinden onder de terracottapotjes (57%) en aubergines (33%) en minder onder de woestijnvosjes (10%). Ook wel logisch misschien, gezien de aard van het dingenprogramma.

In Vlaanderland bestaan twee verschillende manieren om met 23 Dingen bezig te zijn: er is een variant met een elektronische leeromgeving (veel structuur door een vast stappenplan en begeleiding in een virtuele klas) en er is een variant die werkt via de bekende 23 blogberichten (een meer open variant met eventueel begeleiding door een online trainer). Voor ieder wat wils dus, maar iedere deelnemer met een andere leerstijl bracht binnen de gekozen variant ook weer nieuwe problemen met zich mee.

Enfin, de slides van Eva geven een heel mooi overzicht van een en ander. Als je zelf met de cursus bezig bent, als deelnemer of als coach, dan zijn ze het bekijken meer dan waard, wat eveneens geldt voor het artikel wat Eva naar aanleiding van ditzelfde onderzoek eerder al op haar blog publiceerde.

Ook in het kader van 23-Archiefdingen heb ik veel opgestoken van deze sessie. Zo zou er eigenlijk meer tijd voor interactie moeten zijn in het cursustraject. Dat betekent minder opdrachten, minder Engelstalige achtergrondinformatie en sowieso het scheiden van hoofd- en bijzaken in diezelfde achtergrondinformatie. In Vlaanderen hebben ze zelfs dingen geschrapt, tot ze er nog maar vijftien over hadden. Less is more.

Aandachtspunten zijn daarnaast dat je niet alleen rekening moet houden met de verschillende leerstijlen, maar ook met de enorme diversiteit aan voorkennis onder de deelnemers, bijvoorbeeld wat betreft computervaardigheden. Bovendien moet het programma geleidelijk worden opgebouwd. E-leerders zijn veelvuldig enthousiast, willen dan teveel ineens doen en verliezen vervolgens juist daardoor weer hun motivatie.

Maar al met al hebben de cursisten in Vlaanderen meer kennis opgedaan, maar vooral ook meer competenties verworven dan zij in een klassikale situatie zouden hebben bereikt, zoals het onderling samenwerken of het zelfstandig zoeken naar oplossingen voor problemen. Dat geven ze tenminste zelf aan en da's een goed teken, vind ik. Dus 1-0 voor de Vlaamse variant op Learning 2.0.

Deze presentatie gaf voor het doorontwikkelen van onze eigen cursus in ieder geval de nodige, waardevolle input!

Bijscholing in ICT: een voortdurende zorg?
Panelgesprek

Na de sessie over 23 Dingen in Vlaanderen volgde een panelgesprek over scholing en bijscholing op het vlak van ICT. Een aantal vertegenwoordigers van het onderwijs en het veld gaven hun mening over enkele stellingen, maar tot echt vuurwerk kwam het helaas niet. Grootste pluspunt was de erkenning van het gegeven dat er een probleem is, maar een oplossing werd naar mijn mening steeds maar weer gezocht binnen de bestaande opleidingskaders, terwijl je misschien gewoon heel ergens anders moet zoeken. Voorlopig blijft de lijn dus het bijscholen van mensen die eigenlijk zijn opgeleid als bibliothecaris. En da's een oplossing voor slechts een deel van het probleem, vind ik.

Jammer, want ik denk namelijk dat de meeste van die bijgeschoolde mensen om heel andere redenen het vak zijn gaan beoefenen en de opleiding daarvoor hebben gevolgd, dan omwille van redenen gerelateerd aan ICT. Dat betekent dat die mensen prima bijgeschoold kunnen worden - het allemaal vast ook erg nuttig en noodzakelijk vinden - maar over het algemeen nooit de innovatieve krachten op het gebied van ICT-toepassingen in hun organisatie zullen worden, die je toch wel nodig hebt. Daar heb je een ander slag mensen voor nodig, positieve uitzonderingen daargelaten. Ieder immers z'n vak.

De ontwikkelingen gaan heel erg snel en de bestaande, traditionele opleidingen kunnen dat wat ICT betreft simpelweg niet bijbenen in de huidige opleidingsvormen. We reiken mensen daar vandaag de dag oplossingen aan voor problemen of zogenaamde uitdagingen van drie jaar geleden. En dan duurt een dergelijke opleiding ook nog eens vier jaar. Of zoiets - niet bij de tijd in ieder geval. Bijscholing binnen de traditionele opleidingskaders is dus goed, maar is daarentegen niet de oplossing voor het probleem waarmee het panel eveneens werd geconfronteerd, namelijk hoe we échte, leidende stappen kunnen maken op het gebied van ICT. Het geven van een antwoord op die kwestie, daar wilden de leden van het panel naar mijn bescheiden mening niet echt aan, vragen daarnaar werden ontwijkend, zelfs verdedigend beantwoord. Waarschijnlijk ook een geval van belangen, denk ik, wat ik ook in het Nederlandse archiefwezen bespeurde toen daar over opleidingen werd gediscussieerd. Zeker iemand die een betrekking heeft aan een bepaalde onderwijsinstelling zal al snel de oplossing binnen datzelfde kader zoeken. Logisch, want het is je baan.

Maar wel interessant, dit panelgesprek, hoewel het een half uur te lang duurde. De feitelijke discussie was eigenlijk al eerder afgelopen, de bakens waren gezet, maar de sessie moest volgens het programma nog door. Anderhalf uur is gewoon erg lang!

De emotionele noot werd nog verzorgd door een bibliothecaris die vond dat het nu maar eens moest ophouden met te roepen dat bibliothecarissen zo achter de feiten aanholden. En een ander voegde daar later nog aan toe dat binnen een paar jaar de bibliotheken vanzelf wel mensen zouden kunnen aannemen die met computers waren opgegroeid. Beiden geloofde dan ook niet dat er een probleem of minimaal een uitdaging was. Ik dacht dat ik zou helpen door te stellen dat ikzelf - stevig opgegroeid met de computer - óók niet de oplossing voor gelijksoortige problemen in Nederland bleek te zijn, maar dat argument werd niet gehoord... ;-)

Als je collega naast je dan ook nog bestraffend wordt toegesproken door de buurman aan haar andere kant omdat de toetsjes van haar netbook zo veel lawaai maken, dan weet je wat de mindset is waarmee veel deelnemers aan de discussie nog moeten leven...

Al met al is er dus nog een wereld te winnen. Maar aan de verovering daarvan wordt door sommigen gelukkig keihard gewerkt, al geloof ik zelf niet zo in de gekozen strategie op dit moment. Aan de andere kant: ik weet misschien ook te weinig van de Vlaamse situatie om daar écht een goed zicht op te kunnen hebben. Of juist daarom misschien wel... Andermans oordeel dus.

Overige sessies
Net als twee jaar eerder bracht een vijftal trendwatchers ook nu weer tien verschillende trends voor het voetlicht. Niet allemaal even sterk, maar ik heb me zelf in het bijzonder vergaapt aan alles rond de opkomst van interfaces, lensprojecties, holografische toepassingen en zo meer.

Daarna was het tijd voor mijn eigen sessie - waarover het oordeel aan anderen is - en die van Petra, over het geweldige project NA4all. Da's natuurlijk smullen voor archivarissen, maar zowel voor mijn sessie als van die van Petra gold dat we denken dat het Vlaamse publiek daar in de alledaagse praktijk nog niet zo heel veel mee kan. De kloof is wat dat betreft wel erg groot tussen beide landen, als ik links en rechts hoorde dat de prioriteit in Vlaanderen vaak nog ligt bij het nu eindelijk eens verkrijgen van een redelijk budget voor zuurvrij omslagpapier. Een nieuwe website met profielen, chat, gepersonaliseerde zoekopdrachten en dienstverlening via webcare zijn dan van later zorg hè? We zijn in Nederland echt wel verwend!

Al met al een boeiend dagje van een goed congres. Over twee jaar graag een rendez vous!

Plaatje

2 opmerkingen:

  1. Dank je voor deze impressie. Was ook wel benieuwd naar Eva's bevindingen. Hoewel ik niet zo van de theorie en het beredeneren ben, vind ik het wel interessant en herkenbaar.
    Ook in NL leren mensen als individu erg veel. Maar omdat bij ons de bibliotheken (en archieven) het programma veel meer als geheel team doen, zie je dat het groepsproces, het steun vinden bij elkaar, heel belangrijk is. Ik meen te weten dat die variant in Vlaanderen (nog) niet echt van de grond is gekomen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @23 Dingen: Voor zover ik heb begrepen is in Vlaanderen vooral de ELO-variant populair. De andere variant, met de 23 blogberichten, beduidend minder.

    BeantwoordenVerwijderen