8 april 2011

Appels en peren: effectmetingen in Wikipedia


Deze week publiceerde Beelden voor de Toekomst een effectmeting naar aanleiding van het project Nationaal Archief joins Wikipedia. In mediaberichten daarover overheerste nogal de jubelgedachte als zouden de foto's in Wikipedia zo'n slordige 500 keer vaker zijn bezocht dan dezelfde foto's in de eigen beeldbank van het Nationaal Archief.

Miljoenen views koppen wel lekker weg natuurlijk, maar je vergelijkt dan appels met peren. Het rapport zelf is zorgvuldiger: er is in Wikipedia niet gemeten hoe vaak individuele foto's zijn bekeken, maar hoe vaak een pagina in Wikipedia is bekeken waarop (ook) een foto van het Nationaal Archief wordt getoond. Dat is flink iets anders dan een foto bekijken - als ik bijvoorbeeld zelf informatie zoek in Wikipedia, zie ik de meeste foto's niet eens staan.

Om de vergelijking correct te krijgen, zou ik dan wel eens willen weten hoe vaak iemand een van die foto's van het Nationaal Archief onder ogen krijgt, in boeken, folders, op websites enzovoort. Dat is immers niet te meten, wat trouwens ook als conclusie wordt genoemd in het geval van Wikipedia: te weinig statistieken om effectief te kunnen meten.

Hoe dan ook is het effect natuurlijk groot te noemen: het publieksbereik van de foto's is enorm vergroot. Dat effect was ook te verwachten: zet je spulletjes neer waar mensen zijn en ze worden gezien. Bij Flickr werkt dat hetzelfde.

Gebruik
Maar een ander effect, wat helaas zowel in het rapport als in de media een stuk minder aandacht krijgt, vind ik vele malen interessanter: het gebrúik van de foto's. Het Nationaal Archief heeft samen met partner Spaarnestad Photo immers niet veel meer gedaan dan een selectie van 1193 foto's aanbieden via de Wikimedia Commons. De crowd moest de rest doen. En dat deed ze:

Op het meetpunt in januari 2011 zijn 621 unieke foto's gebruikt binnen Wikipedia-artikelen (52%). In totaal zijn foto's binnen deze collectie 1.003 maal gebruikt in verschillende artikelen.

Vergeleken bij het gebruik van fotocollecties die andere erfgoedinstellingen in het verleden op dezelfde manier aanboden, is dit enorm goed. Second best is bijvoorbeeld Open Beelden met een adoptiegraad van 28%, andere projecten halen de 10% niet eens.

Nóg leuker vind ik de grappige initiatieven die spontaan ontstaan. Bijvoorbeeld gebruiker Effeietsanders maakte een lijstje van foto's van personen die nog geen eigen artikel in Wikipedia hadden. Een soort werklijstje dus. En zo stimuleerde het aanbieden van de foto's anderen weer tot het vullen van informatiegaten in de encyclopedie, met als basis foto's van de erfgoedinstelling.

Trouwens, nóg veel leuker is het gebruik van foto's op andere websites, zoals een weblog als deze. Tja, lastig meten allemaal...

BHIC
Op het BHIC zijn we ook nog steeds aan het stoeien met Wikipedia. Het is al wel duidelijk dat het aanbieden van informatie via Wikipedia loont. Een verhaaltje over de Graafse Hampoort wordt bijvoorbeeld in Wikipedia zo'n vier keer vaker bezocht dan ongeveer hetzelfde verhaaltje op onze eigen website.

Links naar die website worden overigens maar mondjesmaat gevolgd. Maar hier moet gezegd dat - evenals het geval is bij het project van het Nationaal Archief - het volume van het project nu eenmaal te klein is om zinvolle metingen te kunnen verrichten. Maar het is dus een mooie manier om je informatie onder de aandacht van het volk te brengen.

Inmiddels zijn we ook begonnen met het toevoegen van informatie over onze collectie en het doorlinken naar archiefinventarissen - wordt helemaal geweldig als we permalinks kunnen leggen. Dat zal geen drommen mensen voor de poorten van de Citadel doen ontstaan. Maar iedere onderzoeker die langs die extra weg geattendeerd wordt op ons archiefmateriaal, is er eentje.

Foto: Wikimedia Commons/Nationaal Archief

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen