10 mei 2011

Wrap up! U gebruikt een internetbron: mag dat? #infokermis


Life is what happens to you while you're busy wrapping up an infokermis. Of zoiets dan toch. Met die verklaring genoemd, wil ik allereerst sorry zeggen voor het zo lang uitgesteld hebben van het afronden van deze infokermis met als thema: u gebruikt een internetbron: mag dat?

Om vervolgens dankjewel te zeggen: dank, dank, mijn hartelijke dank aan iedereen die heeft meegedaan! In totaal deden maarliefst twintig verschillende bloggers mee. Een groot succes!

Een infokermis dus, want niet alleen voor de bibliothecarissen onder ons, maar ook voor de archivarissen, de docenten, de studenten en de onderzoekers. En gelukkig kwamen er vanuit al die verschillende hoeken ook bijdragen, van openbare tot universiteitsbibliotheek, van archiefdienst tot academisch ziekenhuis.

Sommigen vonden de vraag van deze kermis te breed, anderen juist te beperkend. Maar iedereen bracht een originele invalshoek in. Persoonlijk werd ik dan ook aangenaam getroffen door de overweldigende hoeveelheid kennis, inzicht en ervaring waarvan we elkaar hebben laten meegenieten. Wat vormen we toch een ideeënrijke blogosphere, zo met z'n allen!

Conclusies
De meesten beperkten zich tot blogposts als internetbron. Veel bloggers pakten ook wiki's mee, een enkeling forumdiscussies en soms zelfs andere bronnen.

Redenen waarom internetbronnen niet vaak als bron worden gebruikt, worden veelvuldig genoemd. Dit soort bronnen doet het blijkbaar goed als illustrerend voorbeeld in werkstukken, maar is te min - tenminste niet geschikt genoeg bevonden - als daadwerkelijke bron. Vooral de wetenschappelijken onder ons blijken er moeite mee te hebben.

Ook het imago persoonlijk en subjectief te zijn speelt internetbronnen parten, vooral de blogposts onder hen. Deze bronnen kennen geen peer-review en vaak zelfs geen redactie, ze missen veelal formeel taalgebruik, hun inhoud kan makkelijk gewijzigd worden en bij velen is het onbekend hoe ze moeten worden geciteerd.

Een enkeling legt dezelfde problemen bloot bij traditionele bronnen, die ook gewijzigd kunnen worden of zelfs ingetrokken. Maar over het algemeen is iedereen het er over eens dat het van internetbronnen moeilijker is na te gaan of de bron betrouwbaar is. Bovendien is het maar de vraag of de bron later nog is terug te vinden. En is het vaak lastig te beoordelen hoe authentiek die teruggevonden bron dan nog is. Studenten die internetbronnen gebruiken, stellen zichzelf dus voor extra uitdagingen.

Door de focus die de meesten hebben gelegd op de nadelen van (het gebruik van) internetbronnen, blijven de voordelen helaas wat onderbelicht. Veel redenen om ze níet te gebruiken dus, slechts weinig om ze wél te gebruiken.

Desondanks blijkt er een grote mate van overeenstemming te bestaan over het antwoord op de vraag: ja, je mag internetbronnen gebruiken. Mits je ze natuurlijk maar kritisch benadert, zoals trouwens ook met traditionele bronnen moet gebeuren. Maar ondanks deze overeenstemming, ondanks de aanwezige citeerinstructies voor internetbronnen en ondanks de positieve insteek van alle kermisgangers, moeten we gek genoeg constateren dat we in de praktijk een stuk conservatiever handelen dan we bloggen. Sommigen werden wat dat betreft zelfs nog tijdens hun ritje in de draaimolen duidelijk met zichzelf geconfronteerd.

Misschien is dat er dan ook wel de reden van dat we maar zo weinig internetbronnen in literatuurlijsten terugvinden: het ligt niet zozeer aan de bronnen, het ligt aan onszelf. Alhoewel enkele bloggers gelukkig al andere ervaringen hebben, en regelmatig interbronnen aantreffen in literatuurlijsten, meestal op HBO-niveau.

Het stimuleren van het gebruik van (of beter gezegd: het refereren aan) internetbronnen wordt vooral gezocht via cursussen en workshops informatievaardigheden. Ook professionele retrieval tools als bibliografieën en abstract services zouden een positieve rol kunnen spelen in dit proces, als zij internetbronnen zouden beginnen opnemen.

Het komt wel goed. Maar niet zonder meer. Vooral de kermisklanten die te rade gingen bij studenten zelf, of zelfs zichzelf, hebben gemerkt dat er nog een wereld te winnen valt voor de internetbron, als bron. Uiteindelijk sluit de laatste post dan ook af met de ware woorden: negeren heeft geen zin.

Samenvattingen
Onderstaand in volgorde van schrijven een overzicht van alle bloggers en een korte samenvatting van hun blogposts. Mis je jezelf? Sorry! Dan heb ik je gemist... Laat je even een reactie voor me achter?

  • Marina, de eerste die in mijn draaimolentje plaatsneemt, laat ons allen even achter in het heden en verplaatst zich naar de toekomst. In haar Fact Checkers Guide to the Galaxy stelt Marina dat het in 2030 niet zozeer de vraag is of je een internetbron mag gebruiken, maar of je die bron dan nog stééds kunt gebruiken. Het antwoord ziet ze voorlopig in het mee-archiveren van bronnen.
  • Janneke, in zekere zin de aanstichtster van deze hele kermistoestand, vertelt dat in haar kennisgebied, de gedragswetenschappen, nog maar weinig internetbronnen worden gebruikt omdat daarin vooral datasets centraal staan. Maar ze ziet wel degelijk een verschuiving, al is het maar omdat voor sociaal-culturele verschijnselen het internet op zichzelf al een schitterende bron is van ruwe data.
  • Annemarie roept voor het uiteindelijke vinden van een antwoord op de kermisvraag eerst de hulp in van de crowds. Op haar poll wordt goed gereageerd: 18 (-2) mensen zijn voor, 10 (+2) mensen plaatsen een voorbehoud (meestal heeft dit te maken met de aanwezigheid van een correcte bronvermelding), maar alvast niemand is tegen het gebruik van internetbronnen.
  • Gerard, die zijn blog voor deze kermis uit een lange winterslaap liet ontwaken, bekijkt de vraag vooral vanuit een juridisch oogpunt. Hij gaat na wat nu precies een internetbron is en maakt daarbij geen onderscheid tussen openbare en afgeschermde content. Hierin wijkt hij af van anderen, zoals Danniëlle, die expliciet vermelden dat het alleen om vrij beschikbare content kan gaan.
  • Raymond gaat eerst in op de vraag waarom internetbronnen zo weinig zullen worden gebruikt. Vorig jaar deed hij toevallig nog een rondje langs diverse opleidingen en vroeg in vele interviews ook naar de rol van informatievaardigheden. Hij constateerde een opvallend (maar verklaarbaar) verschil tussen medische en economische opleidingen aan de ene kant, en technische opleidingen aan de andere kant.
  • Danniëlle gaat, zoals gezegd, ook in op de vraag wat nu eigenlijk een internetbron is. Haar overpeinzingen zijn het gevolg van vragen van studenten tijdens workshops informatievaardigheden. Mag je een tijdschriftartikel in een afgeschermde databank opvoeren als bron? En als later het linkje ineens niet meer blijkt te werken? Tot haar eigen verbazing is ze tenslotte sceptisch als een student enthousiast een blogpost als bron wil gebruiken.
  • Joost haalt zijn blog ook al uit een winterslaap voor deze kermis. Hij schrijft vanuit ervaringen met jongeren en openbare bibliotheken en stelt dat alle mitsen en maren bij het gebruik van internetbronnen ook voor papieren bronnen gelden. Op dit moment ziet Joost kansen voor het aanleren van informatievaardigheden, maar hij beseft dat volgende generaties slechts hun schouders zullen ophalen bij de vraag of je een internetbron mag gebruiken.
  • Irma is duidelijk in haar antwoord: ja, je mag internetbronnen gebruiken want de APA-richtlijnen staan dat toe. Dat het ook voor haar genuanceerder ligt, blijkt als ze inzoomt op specifieke delen van internet als Wikipedia en Google. Tot slot wijst ze op de webdetective, die een checklist bevat om zelf te beoordelen of een internetbron een betrouwbare bron is. Of niet natuurlijk.
  • Amber is onderzoeker op het gebied van informatievaardigheden en vindt dat internetbronnen natuurlijk gebruikt moeten kunnen worden, mits ze maar kritisch worden beoordeeld. Dat schort er regelmatig aan. Haar studenten legt ze het verschil uit tussen haar artikelen en haar blog en ze laat ze liever die artikelen dan haar blog citeren. Zo neemt Amber de gelegenheid te baat om verkapt kritiek te uiten op de zogenoemde H-index.
  • Edwin is, zoals we van hem gewend zijn, duidelijk en tenslotte toch nog genuanceerd. Internetbronnen mogen gebruikt worden, want de inhoud staat volgens hem los van het medium. Wetenschappers kunnen bloggen en in artikelen kan ook onzin staan. Altijd kritische blijven dus.
  • Wilma heeft eerst via internet informatie ingewonnen en is toen gaan schrijven. Ze analyseert de verschillen tussen hoger en wetenschappelijk onderwijs, maar constateert dat de controleerbaarheid van bronnen op beide onderwijsniveau's van belang is. En dat is waar je met blogposts de mist mee ingaat. Het maakt ze nog niet direct onbruikbaar, want binnen het onderzoeksproces kunnen blogposts een grote rol blijven spelen.
  • Ad graaft in zichzelf en gaat na waarom hij zelf al in de eerste alinea van zijn blogpost al drie bronnen heeft genoemd. Vervolgens zoomt hij in op de betrouwbaarheid en verifieerbaarheid van bronnen en stelt dat vooral het tweede in het geval van internetbronnen problematisch is, vergeleken met de traditionele media. Aan de hand van Wikipedia en Wordpress licht hij toe hoe internetbronnen aan bronkracht winnen.
  • Annemarie gooide al een lijntje uit, maar komt nu tot het eigenlijke schrijfwerk. En komt dicht tot de bron, zichzelf. Hoe betrouwbaar is een bron sowieso? Bevat een betrouwbare bron de waarheid? Het woord 'authenticiteit' benoemt ze niet, maar lees je tussen de regels door. Hoe neutraal is een bron? Zou je je eigen blog als bron laten gebruiken? Zou je zelf je eigen blog als internetbron gebruiken? Om over na te denken.
  • Judith schrijft een blogpost aan Marcel en gaat eerst in op de functie van bronnen. Ze schrikt als ze naar de bronnenlijsten in scripties van studenten kijkt, die variëren van keurige overzichten volgens de APA-norm tot lijsten waarin nauwelijks meer staat dan een url. Judith doet navraag bij haar studerende zoon, die het ook niet precies weet, maar het levert een mooie dialoog op. Jammer dat Marcel de brief nooit heeft beantwoord.
  • Jacqueline is als medisch informatiespecialist verbonden aan een academisch ziekenhuis en schrijft haar post vanuit die hoek. Veel medische informatie is inmiddels slechts digitaal beschikbaar via artikelen in databases en wordt ook zo gebruikt en geciteerd. Maar daarnaast zijn er nog veel andere relevante bronnen, waaronder blogs en wiki's, waarvan ze enkele goede voorbeelden noemt. Jacqueline's post kreeg mooie reacties.
  • Jos stelt dat hij als IDM-docent zelfs veel internetbronnen in literatuurlijsten tegenkomt, maar eist van studenten een balans, zodat ze blijk geven van een breed zicht op documentaire informatie. Studenten maken het zichzelf wel extra moeilijk als ze internetbronnen gebruiken. Het zou helpen als bijvoorbeeld bibliografieën en abstract services ook serieuze internetbronnen gingen omvatten, wat nu nog nauwelijks gebeurt.
  • Lukas heeft niet geblogd, maar openbaarde een dynamisch Google-document. Hij gaat in op twee vragen: waarvoor gebruik je bronnen eigenlijk? En wat is een internetbron? Om interpretatie en kwaliteit van een bron te kunnen controleren moet je wel eerst de goede versie kunnen terugvinden. Lukas gaat in op de techniek daarachter. Mooi is ook zijn toekomstbeeld, waarin je bronnen technisch kunt citeren door ze te embedden in je werk. Alle versies.
  • Leen schrijft haar bijdrage niet alleen als hogeschoolbibliothecaris, maar ook als student. Ze onderschrijft het al door Wilma geconstateerde verschil tussen het hoger en het wetenschappelijk onderwijs. Tijdens haar universitaire studie kreeg Leen regelmatig negatieve feedback op het gebruik van blogs als bron. Dat leek met het type bron samen te hangen, dus voortaan zocht ze dan maar naar een papieren versie van diezelfde bron.
  • Ingmar reageert op andere posts door voorbeelden te geven van onwetenschappelijke papieren bronnen en papieren bronnen die zijn gewijzigd of zelfs ingetrokken. Daarna wordt hij archivaris en laat hij internetbronnen van database tot tweet passeren waarmee burgers zelfs rechten kunnen doen gelden. De vraag of die bronnen gebruikt mogen worden is irrelevant. Wél relevant is de vraag: hoe archiveer je die bronnen?
  • Lidwien schrijft vanuit de hoek van een openbare bibliotheek, waar vooral bij het inlichtingenwerk veel internetbronnen gebruikt (moeten) worden. Ze legt uit wanneer een internetbron het w.a.a.r.d. is om gebruikt te worden en gaat daarna in op de rol van de bibliothecaris zelf. Een praktische post.
  • Luud sluit de rij met te constateren dat we allemaal lekker digitaal bezig zijn, maar dan plots in onze onderzoekswereld bijna verkrampt vast lijken te willen houden aan een overzichtelijke wereld van papieren bronnen. Digitale bronnen laten we moeizaam toe. Hij vraagt zich af in hoeverre sociale afspraken hierin een rol spelen en stelt dat we simpelweg nog niet gewend zijn aan de nieuwe situatie. Maar negeren heeft geen zin.

Twitter
Anders dan tijdens vorige kermissen vond een deel van de conversatie dit keer een thuis op Twitter in plaats van op weblogs. Dat is lastiger bij te houden en te bewaren, en het uitwisselen van uitgebreide meningen is via tweets ronduit onmogelijk. Jammer misschien, maar het gebeurt toch, dus moet je van de vermeende nood gewoon een lieve deugd maken.

Via Twitter konden mensen namelijk ook gestimuleerd worden om te gaan bloggen. Na een tweet volgde nog een tweet en nog een, dan werd het stil en een tijdje later kwam er een blogpost tevoorschijn. Via Twitter werden nieuwe bijdragen ook snel verspreid en hielden we het thema warm tot het einde van de kermis. In ieder geval kreeg ik het persoonlijk sowieso steeds warmer, toen richting het naderende einde van de kermis blogposts werden geschreven met de snelheid van tweets.

Twitter heeft er in mijn ogen mede voor gezorgd dat deze infokermis zo'n groot aantal blogposts heeft opgeleverd.

Voor de liefhebbers van tweets: via Twapper Keeper zijn ze allemaal terug te lezen (op het moment van schrijven iets meer dan 400 stuks).

Bedankt
Aan het begin van deze blogpost heb ik iedereen al bedankt voor het meedoen aan deze infokermis. Richting het einde van deze post wil ik nog twee mensen in het bijzonder in het zonnetje zetten: Janneke en Wilma. Niet alleen hadden zij het noodzakelijke netwerk - zowel online als offline - in relatie tot het thema, als enthousiast promotieteam waren ze bovendien erg actief in het via Twitter op gang houden van de discussie en in den brede stimuleerden zij iedereen om mee te doen. Dit laatste ieder geheel op een eigen wijze: Janneke met haar *evil grin* en Wilma met haar lieve lach. Zo ben ik er zelf ook ingetuind. ;-)

Zonder Janneke en Wilma was de kermis geen succes geworden. Sterker nog: zonder hen was er helemaal geen kermis geweest! Een aanrader dus voor iedere volgende kermisexploitant, zo'n promoteam.

Tot slot een persoonlijke noot: ik vond het heel erg leuk om te doen, ik heb inspirerende nieuwe mensen virtueel ontmoet, ik heb van nieuwe invalshoeken geleerd en ik heb interessante discussies meegemaakt. Kortom: ik heb ik het organiseren van deze infokermis ervaren als een verrijking. Daarvoor wil ik iedereen nogmaals bedanken.

4 opmerkingen:

  1. Fantastisch artikel. Geeft antwoord op, en doorvragen bij allerlei in mijn hoofd rondzoemende maar ongestelde vragen.

    Ook van mij bedankt aan alle deelnemers.

    Ik ben er nog niet klaar mee... met name de vraag: hoe bundel je dialoog op Twitter? Hashtag etiquette? Zo, dat je het ook terug kunt vinden allemaal?

    En ik voel ook helemaal de transitie onder de kermis: het gebeurt al, alleen hoe valideer je de ontwikkeling? Hoe doe je het handig, juist, valide, betrouwbaar?

    Bij het vervolg doe ik graag mee! Wie kiest een hashtag (of moet ik eerst Twapper bestuderen, ga ik doen)?

    Grote Internet Groet,

    Tess | @spellfinder

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Prachtig samengevat, Chris. Helder en overzichtelijk! Ik vond het erg leuk om te promoten en je hebt een onderwerp gekozen dat velen aanspreekt. Dat maakte het ook gemakkelijk om mensen enthousiast te krijgen.

    Dus ook de complimenten aan jou met een grote Wilma smile ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Graag gedaan :-) En jij weer bedankt voor je heldere samenvatting! En als de betrouwbaarheid van de informatie allengs vergeten is, suddert de ervaring nog na ...

    BeantwoordenVerwijderen
  4. @Tess: Bedankt voor je enthousiaste reactie!

    Wat dialogen op Twitter betreft: zelf heb ik me daar nog niet echt in verdiept. Hashtags helpen prima en zo zijn series tweets ook makkelijk te 'archiveren' (bijvoorbeeld via Twapper Keeper, zoals ik heb gedaan). Allerlei apps (zoals Hootsuite) houden ook 'conversaties' bij, evenals Twitter zelf. Als je dan op een tweet klikt, krijg je te zien wat eraan vooraf ging. Werkt leuk, maar niet altijd perfect natuurlijk. En daarnaast zijn er apps om je eigen 'conversaties' te bundelen. QuoteURL is zo'n service. Maar goed, dat is niet handig voor zoiets als een blogkermis. Ongetwijfeld zijn er nog meer mogelijkheden - als iemand tips heeft, dan hoor ik ze ook graag.

    En natuurlijk mag je de volgende keer ook meedoen! :-) Zo nu en dan staat er uit de blogosphere van informatieprofessionals iemand op die een kermis begint. De hashtag is eigenlijk altijd dezelfde. Informatie over dergelijke kermissen en links naar vorige kermissen vind je hier.

    @Wilma: Dankjewel, niet in de laatste plaats voor je glimlach. ;-)

    @Marina: Zo is dat precies! (Sluit mooi aan bij het wezen van archiefstukken, waar het ook niet om de stukken zelf draait, maar om de 'handelingen' die eraan ten grondslag liggen. Nou goed, ik zie overál links naar archieven...)

    BeantwoordenVerwijderen