17 november 2011

Conny Braam over zoeken onder het tapijt van de vaderlandse geschiedenis


De lancering van VeleHanden.nl en Militieregisters.nl werd opgeluisterd met een lezing door Conny Braam, auteur van onder andere De woede van Abraham en De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek.

Graven
Conny's grootvader was doodgraver in IJmuiden. Hij kende zogezegd uit hoofde van zijn functie dan ook alle 'bewoners' van het kerkhof 'persoonlijk' en bovendien kende hij al hun levensverhalen. Vaak liep Conny als klein meisje samen met haar opa langs de graven en hoorde ze van hem alle verhalen van alle mensen die er waren begraven, alsof ze nog in leven waren. Conny geloofde alle verhalen die opa haar vertelde trouwens ook, ondanks dat hij later als bijnaam 'Bram de Leugenaar' bleek te hebben.

Conny's vader was enthousiast stamboomvorser. Hij was volgens Conny een ietwat verlegen man, die het vervelend vond dat hij anderen veel 'domme vragen' moest stellen om zijn onderzoek steeds weer te kunnen vervolgen. Online genealogische zoekmachines waren nog niet uitgevonden, dus bestond dat onderzoek vooral uit het aanschrijven van allerlei historische en genealogische verenigingen. En natuurlijk uit het zelf bezoeken van archiefdiensten.

Zoeken
Zo vond hij een brief die in 1885 was geschreven door zijn vader - dus Conny's grootvader, de doodgraver - aan het gemeentebestuur van Velsen. Het was een verzoek om een verharde weg aan te leggen waar de gravers van het Noordzeekanaal woonden. Toen ze dat hoorde, voelde Conny meteen een sterke verbondenheid met haar opa: zo'n brief op hoge poten zou zij zelf óók hebben geschreven! Als er tegenwoordig een graf dreigt te worden geruimd - Conny woont direct naast het kerkhof waar haar grootvader doodgraver was - belt ze direct de burgemeester en zegt ze: "Weet u wel wie daar ligt?" En dan begint ze de verhalen te vertellen die haar grootvader haar vertelde. Verhalen die ze ook vertelt aan de leerlingen van klassen die ze tegenwoordig op haar beurt over het kerkhof rondleidt, zoals ze zelf ooit aan de hand van haar opa meeliep.

Volgens Conny bestond het onderzoek vroeger - soms ook bij gebrek aan beter - uit veel nadenken over hoe het vroeger geweest zou kunnen zijn. Als het ware dus het zo goed mogelijk proberen te reconstrueren van het verleden. Dankzij haar grootvader en vader had ze inmiddels ook geleerd hoe fijn het was om te zoeken en te vinden.

Gezichten
Voor haar romans vraagt Conny zich altijd af hoe de mensen vroeger leefden. Welke kleren droegen ze? Hoe verwarmden ze hun huizen? Wie waren hun buren? Wat deden ze in de zomer? En wat in de winter? Ze wil alles weten van het leven van toen. En stelt zich voor hoe het dagelijks leven moet zijn geweest.

Haar boek De woede van Abraham gaat over de gravers van het Noordzeekanaal. In het boek moet de hoofdpersoon, Nicolas Abraham, toezien hoe dwars door het duingebied waar hij woont, het Noordzeekanaal wordt gegraven. Duizenden arme polderwerkers trekken uit heel het land naar de duinen bij Velsen, waar ze in mensonterende omstandigheden hun werk moeten verrichten voor de Amsterdamse Kanaalmaatschappij.

Conny wilde de gravers van dit kanaal in haar boek een gezicht geven, maar tot haar verbazing vond ze nog niet één naam van de duizenden die er zouden moeten zijn. Op het moment dat ze in het Noord-Hollands Archief muurvast zat in haar onderzoek, kreeg ze echter van iemand de gouden tip: ze zou eens moeten kijken in de gemeenteraadsverslagen van Velsen.

In die verslagen stuitte ze op Jacob Vidal de St. Germain, een jonge gemeentesecretaris die aangesteld werd in een dorp dat toch spoedig een wereldstad zou worden. Jacob had zich het lot van de gravers aangetrokken en Conny besloot verder te zoeken in de correspondentie van de gemeente.

Brieven
Tijdens de strenge winter van 1872 werd in het dorp soep uitgedeeld aan de vele weduwen, vrouwen van wie de man tijdens de graafwerkzaamheden aan het kanaal was komen te overlijden. Meestal waren deze mannen verdronken. Jacob schreef namens honderden van deze arme mensen brieven naar de gemeenten waar zij vandaan kwamen, met een noodkreet voor hulp. Het antwoord van al die gemeenten is bekend, omdat het eveneens in de series correspondentie is bewaard, naast kopieën van de uitgegane brieven. "Deze mensen zijn ons niet bekend", luidde het antwoord steevast. En Jacob moest vervolgens het slechte nieuws overbrengen aan de vrouwen van de gravers en hun gezinnen, wetende dat hij ze daarmee feitelijk de dood instuurde.

Conny stelde zich voor hoe dit moet zijn geweest. Hoe kun je onder die omstandigheden je werk blijven doen? Je leven blijven leiden? Kinderen laten opgroeien? Ze probeert zich zowel de situatie van de duizenden gravers en hun (achtergebleven) familie voor te stellen, als die van de ongelukkig Jacob, die op den duur tegen beter weten in mensen hoop geeft door namens hen brieven te schrijven en te versturen. Al wetende wat het antwoord op zijn vraag om hulp voor hen zal zijn.

Ieder boek van haar moet volgens Conny een Jacob hebben.

Tapijt
Soms zoek je iets wat onbegrijpelijkerwijs niet te vinden is. Juist op die momenten moet je volgens Conny doorzetten en "zoeken onder het tapijt van de vaderlandse geschiedenis" - een uitdrukking die ik moet onthouden - want waarschijnlijk heb je dan met een zwarte bladzijde in die geschiedenis te maken. Dat vele zoeken levert vast frustraties en problemen op, maar uiteindelijk is de voldoening des te groter. Je vindt een stukje leven terug.

Wat die problemen betreft, vind Conny de miljoenen documenten die al online staan een zegen voor de onderzoeker. Maar niet iedereen kan daarmee overweg. Ze toont het militieboekje van haar opa, waarin allerlei wetenswaardigheden over zijn tijd bij de militie staan beschreven. Niet te vinden op Militieregisters.nl natuurlijk, waaruit maar weer eens blijkt dat dergelijke websites makkelijk zijn, maar de originele bronnen belangrijk.

Passie
Ervaring om mee te helpen met VeleHanden.nl is volgens Conny niet nodig. Wel passie voor het verleden. En wat die passie betreft, zit het met haar zelf wel goed. Ik heb erg genoten van haar lezing en werd enthousiast om weer zelf archieven in te duiken.

(Ook belangrijk: een exemplaar van Conny's boek De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek is het eerste boek dat door de auteur voor Wilma en mij samen is gesigneerd, en het staat sinds deze week te pronken in onze nieuwe boekenkast. Over passie gesproken. ;-))

Update 1 mei 2012
De foto van Conny tijdens de lezing die ik had gebruikt, is inmiddels van het web verdwenen. Ik heb er daarom eentje gemaakt door Wilma voor in de plaats gezet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen