21 maart 2011

Een Europees archiefportaal: wie gebruikt dat nou?


Deze week werd de beta-versie van het Archieven Portaal Europa gelanceerd. Het is de bedoeling dat via dit portaal zoveel mogelijk collecties van Europese archiefinstellingen worden ontsloten, maar voorlopig gaat het vooral om de nationale archieven. Bekijk de homepage van het portaal en je begrijpt waar het allemaal om draait. En lees anders gewoon deze moeilijke tekst met extra uitleg (alle 'lees meer'-links op de homepage leiden naar deze moeilijke tekst, dus die is vast heel erg belangrijk).

Tijdens een lezing in juni 2010 zei Martin Berendse, onze algemene rijksarchivaris, over dit project:

Zouden archiefinstellingen over een jaar of tien allemaal zelf nog zoekfunctionaliteiten in de lucht houden? Of zou dat gewoon op nationale of internationale schaal gebeuren en is het vooral zaak je wagonnetje achter die grote locomotieven te hangen? Het Nationaal Archief bouwt momenteel mee aan een Europees Archief Portaal, in feite de afdeling archieven van Europeana. De impact van een dergelijke aanpak is op wat langere termijn eigenlijk nog nauwelijks te overzien.

Dat laatste geloof ik graag, maar het eerste hangt toch echt samen met wat klanten vragen. Dus even los van de kwaliteit van het nieuwe portaal of de inhoud daarvan, de volgende vraag: wie gebruikt dat nou? Wie vraagt daar nou om?

Te veel, te weinig
Zelf struin ik heel, heel, héééél af en toe door grote portals als Geheugen van Nederland en Europeana, maar eerlijk toegegeven doe en kan ik er weinig mee. Ze bieden te veel en te weinig tegelijk. Te veel omdat het over heel veel materiaal gaat. Te weinig omdat het altijd over relatief veel niet-relevant materiaal gaat. En da's allebei logisch.

Welke burgers zijn dus met deze portals geholpen? Ik weet namelijk niet voor welk probleem het Archieven Portaal Europa een oplossing is, maar het is in ieder geval niet een probleem van bijvoorbeeld het BHIC. Verreweg de meeste van onze klanten zijn alleen geïnteresseerd in hun eigen dorp, stad of hooguit regio. De provincie is groot genoeg, over de grenzen heen is het al snel niet meer interessant.

Voor een kleinere groep onderzoekers is een landelijke portal wel erg fijn. Ik begreep dat Berendse ook fervent voorstander is van zo'n algehele archievenzoekmachine, dus als hij er snel voor zorgt dat de spulletjes van het Nationaal Archief ook in Archieven.nl komen te zitten, dan hebben we die wens meteen grotendeels afgekaart. Check!

Voor het overige zie ik vooral veel subsidiegeld verdwijnen naar al die andere portals. Zonde, vooral als ze vervolgens worden stilgelegd.

Eenheidsworst
Er is trouwens nog een andere, veel belangrijkere reden waarom ik sterk voorstander ben van allerlei lokale en regionale portals en websites: die kunnen stukken beter en sneller inspelen op thema's die in de regio belangrijk of actueel zijn. Bovendien zal iedere website weer anders zijn, omdat er andere mensen achterzitten met andere ideeën. Links en rechts mag je dus hopen dat er op allerlei verschillende manieren geïnnoveerd wordt, dat we slimme bouwsels van elkaar kunnen afkijken en dat we elkaar tot grote hoogten weten te stuwen, zonder een eenheidsworst te draaien.

Maar goed, laat duidelijk zijn dat ik desondanks een groot voorstander ben van het zo breed mogelijk wegzetten van je data. Graag dus de situatie dat de database van het BHIC, waarschijnlijk via Archieven.nl, eenvoudig kan worden doorzocht door al die grote portaljongens en andere partijen. Als het ons maar weinig moeite kost, want afgezet tegen alle andere projecten lijkt de meerwaarde voor onze klanten me relatief gering. Of onderzoek op Europees niveau moet in Brabant ineens booming worden.

Of zie ik dit verkeerd en hebben jullie een andere mening?

20 opmerkingen:

  1. Elke nieuwe zoekmachine test ik door het zoeken naar Coret. Bij www.archivesportaleurope.eu vond ik twee mij onbekende "hits", welke afkomstig waren van het Nationaal Archief (één uit Inventaris van de archieven van het Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging (1945-1958), met taakopvolgers en uitvoerende instanties (1945-1986); Deel III Personeelsdossiers en één uit Inventaris van het archief van de Stichting Rijnlands Borgstellingsfonds van de Middenstand te Leiden, (1928) 1935-1977).

    Goh, had ik die bij de website van het Nationaal Archief gemist? Nee! Bovenstaande resultaten worden niet op de www.nationaalarchief.nl getoond? Heeft het portal toch meerwaarde ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Interessant punt, denk dat je gelijk hebt.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Bob: Ik begreep, net als jij, via Twitter al dat Yvette ging kijken of ze kon achterhalen waar die verschillen vandaan komen.

    Een meerwaarde met een knipoog inderdaad.

    @Edwin: Goed om te weten. :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ben erg blij met dit portaal. Net als European Library http://search.theeuropeanlibrary.org, Worldcat en Europeana zal ik het veel gaan gebruiken.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. PS heb het bericht van dit nieuwe portaal vanochtend in een besloten discussielijst voor journalisten. Het is nu al trending topic! Zie het nu ook overal op Facebook verschijnen.
    De provincie voorbij!

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Chris, persoonlijk ben ik wel een fan van goede (inter)nationale archiefportalen en maak als onderzoeker dan ook graag en gretig gebruik van de reeds bestaande. Ik ben er zeker van dat nogal wat onderzoekers daar even blij mee (zouden) zijn. Inpikkend op je opmerking over de klanten van het BHIC, is het als heemkundige (waarschijnlijk) vrij makkelijk om te weten bij welke archieven je terecht kunt. Hoewel ik dankzij mijn beroep als archivaris toch al veel onvermoede bronnen heb ontdekt voor mijn heemkundige activiteiten. Sectorkennis waar vele heemkundigen geen toegang toe hebben, maar net kan omzeild worden door nationale archiefportalen. Voor heemkundigen van dorpen en steden met een internationale link zijn internationale archiefportalen dan weer handig om die internationale kant te onderzoeken. Ook al zou ik via een Europees archiefportaal maar één kleine ontdekking doen over mijn dorpje in een of ander Engels archief, het zou het al meer dan waard zijn.
    Net zo voor genealogen die graag breder kijken dan de registers van Burgerlijke Stand.
    Dat dergelijke portalen van nut zijn voor historici die bezig zijn met internationaal comparatief onderzoek, zoals ondergetekende, is de evidentie zelve. Met je mening dat er amper burgers geholpen zijn met archiefportalen ben ik het dus niet eens :-).

    Maar toch heb ook ik mijn bedenkingen. Mijn liefde voor archiefportalen is met andere woorden voorwaardelijk.
    Berendse vraagt zich af of archieven zelf nog zoeksystemen in de lucht moeten houden. Het is mijn overtuiging dat dit nodig blijft. In dat opzicht ben ik het wel met je eens, Chris. Veel gebruikers weten waar ze terecht kunnen voor hun vraag en op die plaats en in die context moet die vraag dan ook beantwoord worden. Niet vanuit een internationaal portaal, maar vanuit een lokale omgeving. De kern en de basis van alle toegangen moeten lokaal blijven, maar op die manier georganiseerd dat ze open en vrij toegankelijk zijn voor andere ontsluitingsapplicaties. Die applicaties moeten kunnen harvesten uit alle mogelijke archiefdatabanken die passen in hun scope. Iedereen mag dan een archief/erfgoed-portaal bouwen op basis van de gewenste geografische of thematische context. Wij moeten er als archivaris gewoon voor zorgen dat onze gegevens adhv van standaarden ontsloten zijn en via bvb OAI-PMH of andere uitwisselingsstandaard bevraagbaar zijn. Nu is dat nog allemaal té gesloten. Je haalt Archieven.nl aan, Chris. (Net bij schrijven, toevallig offline :-)). Voor zover ik weet is dat geen onafhankelijk platform waar je kan instappen zonder dat je klant bent bij De Ree? Of moeten we anders maar allemaal gewoon klant worden bij De Ree? Ik dacht het niet :-). Al kunnen ze er bij De Ree natuurlijk wel gewoon voor zorgen dat een project als Europeana zo de toegankelijk gestelde gegevens in Archieven.nl kan gaan harvesten.
    Ook dat Europees archiefportaal waar het over gaat, is me nog te gesloten. Ik lees dat je software moet gaan downloaden om dan te gaan converteren naar wat APEnet wil. Daar moet je dan als archiefinstelling ook weer veel tijd en mensen in steken en die hebben we zo al tekort. Op die manier vrees ik dus dat het weer beperkt zal blijven tot de grote nationale archieven. En dan kom je inderdaad tot het probleem dat de content voor de meeste mensen niet relevant is.
    Archiefportalen, ja dus, zolang ze maar vertrekken vanuit het werk dat in de archiefcentra zelf is geleverd.

    Ik zou nog een eindje kunnen doorgaan, bvb over de povere manier van contextualiseren in de huidige versie van het Europees archiefportaal, maar laat ik het nu maar even hier bij houden ;-).

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Vreemd, ik had een lang antwoord geschreven op je bericht, Chris, maar die komt hier niet terug.
    Te lang misschien :-).

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Zoals gebruikelijk hebben de professionals zichzelf een grote dienst bewezen met een dergelijk portal en een mooie subsidiepot leeggetrokken. Helemaal vanuit de organisatie gedacht, vanuit de archivaris / informatieprofessional en de "gewone" geïnteresseerde voorbij.

    @Tom
    Jouw bewering snijdt zeker hout. Als wij ons nu bij onze leest houden en onze bezoekers van dienst blijven maar dan zo dat welk portal dan ook lekker in onze databases kan grasduinen, dan zijn we toch allemaal tevreden?

    BeantwoordenVerwijderen
  9. @Bob De inventaris staat wel op onze site: zie bijv. de PDF-versie. Er is echter een probleem met onze zoekmachine waardoor die aangepaste of nieuw geplaatste inventarissen niet goed indexeert. Zoals je weet zijn we druk bezig met een nieuwe publiekswebsite, waar dit probleem zal zijn opgelost.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Als deelnemer aan het APEnet project namens het Nationaal Archief sta ik natuurlijk te popelen om hier te reageren, maar tegelijkertijd ben ik ook wat terughoudend, omdat ik enerzijds zwaar bevooroordeeld ben en dus enthousiast over het project en het resultaat tot nu toe, maar anderzijds ook als geen ander weet van de onvolkomenheden die er nog aan deze beta versie kleven en van de weg die we nog te gaan hebben totdat we de definitieve productie versie kunnen opleveren en vervolgens “open” kunnen gaan voor opname van content van alle Europese archiefinstellingen, dus niet alleen de nationale archiefinstellingen, maar alle regionale en lokale archiefinstellingen.

    Laat ik dan eerst maar beginnen met te melden dat ik blij ben met de discussie over het portaal en het project en dat ik – voor zover mogelijk – graag mijn voordeel zal doen met de op- en aanmerkingen, en laat ik dan vervolgens ook meteen maar een paar misverstanden uit de weg ruimen:

    Het archieven portaal is – net als Europeana – geen vervanger voor websites van landelijke, regionale of lokale instellingen, maar juist een andere manier om de content daarvan te ontsluiten; sterker nog: zodra een zoekresultaat een link naar gedigitaliseerd materiaal bevat, dan wordt de gebruiker voor de volledige representatie daarvan doorgeleid naar de website van de oorspronkelijke content aanbieder.

    Het is absoluut niet noodzakelijk om extra software te downloaden en lokaal te gaan gebruiken om content naar het archieven portaal te kunnen uploaden. Het back-end van het portaal (het zogenaamde ‘dashboard’) biedt instellingen de mogelijkheid om hun content rechtstreeks naar het portaal te uploaden en daar met een paar handelingen (echt niet meer dan vier knoppen) om te zetten naar het universele APEnet format. De downloadbare software is een stand-alone variant van een deel van die ‘dashboard’-functionaliteit, die instellingen in staat stelt eventueel lokaal de omzetting van de eigen content naar het universele format voor te bereiden, om zo meer controle te hebben. Het is dus een extra service.

    Wel is het zo dat het archieven portaal schakelt op internationaal erkende standaarden, waarvan EAD (Encoded Archival Description) de meest belangrijke is, maar ook op dit punt komt het portaal instellingen die content willen aanleveren tegemoet: in principe kan elke willekeurige EAD implementatie worden aangeleverd en zorgt het APEnet technische team voor het (eenmalig) maken van een stylesheet voor het converteren van die betreffende lokale EAD implementatie naar het universele APEnet EAD format waarop het portaal draait en ook bij het ‘mappen’ van een willekeurig database format naar APEnet EAD kan het technische team assistentie verlenen. Tegenwoordig kan elk state-of-the-art database systeem, zoals bijvoorbeeld MAISFlexis, de motor achter archieven.nl, naar XML exporteren en dus ook naar EAD XML, dus dat hoeft geen probleem te zijn.

    In de huidige beta versie van het archieven portaal is OAI-PMH harvesting nog niet mogelijk, maar het gaat zeer zeker geïmplementeerd worden in de productie versie en dan niet alleen voor het opnemen van content in het archieven portaal, maar ook voor het doorsluizen daarvan naar Europeana.

    Dan nog even over de relevantie van de content: @Bob: je vergat te zeggen dat je zelfs in het nog vrij beperkte content aanbod in deze beta versie óók een hit in een Spaanse archiefinstelling kreeg op de naam “Coret” en @Christian: zoeken op “Brabant” genereert ook al hits in Belgische en Duitse archiefinstellingen. Ok, het betreft dan nu nog niet jouw (en mijn) Brabant, maar met uitbreiding van de content op termijn zou dat zomaar wél het geval kunnen zijn.

    Tenslotte: ik begon deze reactie op de overwegende scepsis hier met te waarschuwen dat ik zwaar bevooroordeeld ben, maar ik ben er van overtuigd dat ik – van origine historicus met een brede belangstelling – ook heel blij zou worden van dit project, als ik er niet aan zou hebben deel genomen.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. De reden om content op een specifieke plek aan te bieden is volgens mij een kwestie van functie en context. Op de eigen site kan een archief het materiaal in de context van de rest van het archief tonen en toelichten. Wellicht dat er ook op Europees niveau interessante context te bieden valt (vast, gezien de geschiedenis). Wereldwijd (Google) is het vaak meer een kwestie van functie: vindbaarheid voor een zo groot mogelijk publiek. En dan zijn er nog specifieke internationale samenwerkingen denkbaar die vereisen dat gegevens goed ontsloten worden om niet alleen het materiaal maar ook de context met partners te delen. De eigen site dient ten slotte in sommige gevallen ook nog eens een dubbelrol in de eigen studiejaar, als de initiële toegang tot het archief voor bezoekers.

    Er zijn dus tal van redenen om materiaal zowel zelf/lokaal aan te bieden als om het beschikbaar te maken op bredere en andere platforms. Waar je alleen voor moet waken, is dat je niet overal alles/hetzelfde probeert te doen. Doe waar je goed in bent en doe de rest met partners die daar beter in zijn, "schoenmaker, blijf bij je leest."

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Zelf denk ik dat we dit soort portalen vooral ook moeten zien als een stap in een grotere trend naar standaardisatie. Om dit soort portals te kunnen maken, moet je samen afspraken maken over te gebruiken standaarden, zoals Wim ook heeft toegelicht. Portalen zoals Ape en Europeana zwengelen die discussie aan en zorgen ervoor dat instellingen hun gegevens daadwerkelijk conform standaarden gaan aanbieden. Alleen al vanwege die aanjagende functie zit ik wel op dat soort portalen te wachten!

    Als volgende stap zie ik dat archieven hun data steeds meer open aan gaan bieden en dat die dan gezamenlijk of via derden (partners, particulieren of marktpartijen) gepresenteerd worden in allerlei nieuwe toepassingen.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Het gaat nu eigenlijk over twee dingen:
    - nut en noodzaak van portalen
    - waar en hoe wordt data van archieven gepubliceerd.

    Over dat eerste wil ik kort zijn: laat duizend bloemen bloeien. De discussie over Europeana heeft nu al zoveel stof tot discussie en denken opgeleverd, dat dat alleen al veel waard is.

    Maar duizend bloemen kunnen pas bloeien als alle data zodanig toegankelijk is dat zij gemakkelijk kan worden overgenomen.

    Ik kan mij vinden in de mening van Tom over De Ree. Stel je voor: het Nationaal Archief wil haar data op archieven.nl. Daarvoor zijn ze dan niet bereid te betalen; ze hebben immers al een ontsluiting. Als De Ree dat toestaat, zou ik als ik directeur van het BHIC zijn volgende rekening niet meer betalen. Waarom zou het BHIC wel moeten betalen en NA niet?

    Ten tweede: als het BHIC via archieven.nl mee wil doen aan APEnet, moet het BHIC De Ree vragen dat voor hun te realiseren. Misschien via de gebruikersvereniging?

    @Wim De data kan nu worden geexporteerd uit willekeurig welke database naar EAD. De lokale EAD moet zoveel mogelijk de basis blijven van wat er in Europeana gebeurt. Omdat er nu vaak geen API is op de lokale systemen, zullen ontwikkelaars gaan ontwikkelen op de API van Europeana. Dan zit er een extra schakel tussen, wat de kans op fouten zoals Bob vaststelde (de ene database zegt iets anders dan de andere database) groter worden. Dus moeten wat mij betreft ook lokale database zo dicht mogelijk op de bron zo toegankelijk mogelijk zijn. En daar schort het aan.

    BeantwoordenVerwijderen
  14. @Wim Dank voor je toelichting. Ben erg blij met de participatie van het Nationaal Archief in dit project.
    en ik niet alleen gezien de reacties uit het buitenland:

    Zie ook http://twitter.com/#!/EricHennekam/status/50477767095091200

    BeantwoordenVerwijderen
  15. @Ivo: ik geloof dat ik je laatste (aan mij gerichte) opmerkingen over het onderwerp “waar en hoe wordt data van archieven gepubliceerd” niet helemaal begrijp, maar mogelijk komt dat omdat je het daar niet hebt over het Archieven Portaal Europa maar over Europeana. Volledigheidshalve: die twee zijn weliswaar qua opzet identiek (aggregatie), maar hebben ook grote verschillen.

    Dus wat bedoel je met die “extra schakel”? De database export naar EAD als het gaat over het aanbieden van content aan het Archieven Portaal Europa, of het Archieven Portaal Europa als het gaat over het doorsluizen van lokale content via het Archieven Portaal Europa naar Europeana?

    Over het eerste kan ik zeggen: dat is een kwestie van goede standaardisatie en daarom ben ik er voorstander van om nationaal hetzelfde te doen als wat we internationaal al hebben gedaan: de EAD implementatie standaardiseren (het klinkt vreemd, maar in praktijk blijkt dat we soms ook standaarden verder moeten standaardiseren ;-)) , zodat het omzetten van database content naar EAD slechts een kwestie is van slim ‘mappen’ naar die afgesproken EAD implementatie.

    Over het tweede wil ik hier alleen kwijt dat we op dit moment niet zo heel veel speelruimte hebben voor het aanleveren van data aan Europeana (iets waar archiefinstellingen die rechtstreeks hun data aan Europeana willen aanleveren ongetwijfeld ook tegenaan zullen lopen), maar dat er in de nabije toekomst wel meer mogelijkheden zullen zijn (zie o.a.: http://bit.ly/eSOyJB).

    @Erik: graag gedaan en hartelijk dank voor je steun; het APEnet project wordt gedragen door een enthousiast internationaal team, dat – soms tegen de verdrukking in – zo goed mogelijk probeert de verwachtingen op nationaal zowel als op lokaal niveau waar te maken.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. Arina Overkleeft24 maart 2011 om 11:42

    Over het nut en de noodzaak van portalen zou ik nog wat willen opmerken. Ik las er iets over in de publicatie 'Archieven in transitie' van Erfgoed Nederland (2010). Hierin wordt een onderzoek aangehaald dat in 2009 door BRAIN onder archiefgebruikers werd gedaan, een Focusgroepenonderzoek.

    De gebruikers zijn blij met de groeiende mogelijkheden om archieven langs digitale weg te raadplegen, maar formuleren daarnaast ook enkele "duidelijke en dringende wensen". Genoemd worden o.a.:
    - een compleet online overzicht van collecties van de Nederlandse archiefinstellingen;
    - online doorzoekbaarheid van alle archieftoegangen;
    - mogelijkheden om meerdere collecties tegelijk te doorzoeken;
    - zoveel mogelijk koppelingen tussen bestanden.

    Portalen lijken onder bestaande archiefgebruikers dus zeker gewenst te zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  17. Bedankt voor jullie waardevolle reacties! Allemaal mensen met kennis van zaken, waar ik alleen maar van kan leren. Zeker de reactie van Wim, als 'insider' bij het project, is verhelderend.

    Ik zag zojuist dat Eric op Het Archiefforum ook nog een bericht aan deze discussie heeft gewijd. Hij heeft het over een 'zoekspaghetti' in Nederland, over 'provinciaals' denken en over het feit dat doelgroepen niet meer centraal staan. "Eigen dorp eerst." En ik kan begrijpen dat hij dat denkt.

    Maar het ligt er natuurlijk maar net aan wélke doelgroepen je centraal stelt. Voor het BHIC - en dat is ook grotendeels het uitgangspunt van mijn blogpost - staat de provincie centraal en richten we ons vooral op de (nieuwe) doelgroep van mensen die helemaal niet willen 'zoeken' (en zéker niet 'onderzoeken'). De belangrijkste doelgroep waar wij ons op richten, is dan ook niet gediend bij zo'n Europese zoekportal, zelfs helemaal niet met een zoekportal, welke dan ook.

    Voor historisch onderzoekers en genealogen ligt dat natuurlijk anders, maar dat zijn niet de primaire doelgroepen voor het BHIC. Zoals Wim al aangeeft kan het programma van De Ree exporteren naar EAD of wat dan ook en het is, voor zover ik weet, ook mogelijk dat derden via webservices/api's in de database van De Ree kunnen spitten. Da's precies de manier waarop het BHIC mee zal doen aan allerlei portals. Immers zoals Ivo al zegt: "Laat duizend bloemen bloeien."

    Wat het Nationaal Archief en Archieven.nl betreft: nee hoor, ik zou zeker niet iedereen willen verplichten deelnemer van Archieven.nl te worden (en zoals boven te lezen is, is dat dus ook helemaal nergens voor nodig). Maar het NA wás in het verleden al deelnemer en al hun archiefblokken wáren al via Archieven.nl te vinden. Nu niet meer.

    Kortom: voor specifieke doelgroepen van onderzoekers is zo'n Europese zoekportal erg waardevol. Omdat dit niet de doelgroepen zijn waar het BHIC zich op richt, is onze investering in dat soort initiatieven echter naar rato: nihil, maar zover mogelijk via onze partners als De Ree.

    @Arina: Eigenlijk illustreert dat onderzoek (er is ook een filmpje van) precies wat ik schets: het zijn de wensen van de bestaande archiefonderzoekers. En als dat niet je doelgroep is, dan moet je dus wat anders verzinnen. Dat terzijde: als ze het mij vragen, dan wil ik óók 'alles'. ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  18. Hele uitgebreide discussie al, met erg lange reacties (Twitter heeft dus ook een voordeel merk ik)In het kort las de nieuwe portal via "een druk op de knop" ook de dorpse archieven internationaal beschikbaar stelt dan is dat alleen maar winst en een extra doelgroep. Het is nog niet zover maar wel het streven van het Nationaal Archief. Dat EAD conforme beschrijvingen daarbij een hulpmiddel zijn is begrijpelijk. Als archiefdiensten er niet naar streven om hun archieven uniform via EAD of een andere indeling aan te bieden dan zijn ze wel erg "Dorps"bezig.
    Laten we even waachten tot de portal gaat werken zoals hij bedoelt is, en hem dan pas omarmen of afschieten.
    Cees de Groot, Waterlands Archief

    BeantwoordenVerwijderen
  19. Ha Christian,

    Goed dat je deze interessante discussie samenvat. Gek genoeg is het juist een opmerking in jouw wrap up die mij tot reageren aanzet. Je schrijft tot twee maal toe dat genealogen en historisch onderzoekers niet de doelgroepen zijn waar BHIC zich op richt. Dat verbaasde me een beetje. Zeker als je weet dat bij gemiddelde archiefdiensten bijna 70% van de bezoekers bestaat uit mensen die genealogisch of historisch onderzoek komen doen. Is dat bij BHIC anders? Jullie homepage doet dat namelijk niet vermoeden...
    Karin van der Heiden

    BeantwoordenVerwijderen
  20. @Karin: Dankjewel voor je reactie. En nee, zo bedoel ik het inderdaad niet, alhoewel je het uit mijn tweede opmerking wel kunt afleiden, merk ik nu.
    Daarvóór heb ik steeds gezegd dat genealogen en historisch onderzoekers niet onze primáire doelgroepen zijn - dat zijn de algemeen historisch geïnteresseerden.

    Kortom: wel doelgroepen, maar niet de belangrijkste.

    Overigens komt een krappe meerderheid van de bezoekers op onze website voor het onderdeel 'lokale geschiedenis', en dus niet voor genealogie of historisch onderzoek. Genealogie genereert nog wel verreweg de meeste bezoeken. (Even los van het feit dat databases niet in alle cijfers worden meegenomen, en dat ik ook de lengte van het bezoek even buiten beschouwing laat. Duidelijk is in ieder geval dat een nieuw publiek is aangeboord, via specifiek doelgroepenbeleid.)

    BeantwoordenVerwijderen