12 oktober 2010

Communitymanagers: we kunnen er geen genoeg van hebben!


Of je het nu Social Media Management of Community Management noemt, er is in het archiefwezen veel behoefte aan. Sterker nog, er is zelfs noodzaak toe.

We kunnen het namelijk niet alleen. Wij weten niet alles het beste, we kunnen niet alles zelf toegankelijk maken, we hebben niet op alle vragen het antwoord snel genoeg in huis en het meeste materiaal komt ons niet meer automatisch aangewaaid. We moeten samenwerken en dat gaat steeds vaker online. In community's, virtuele ontmoetingsplaatsen rond lokale geschiedenis, via sociale media, crowdsourcing (of nerd-sourcing) en wat al niet.

Digitaal asociaal
Herinneringen delen, bij digitale koffietafels aanschuiven, samen foto's bekijken en vergelijken, faciliteren in transcriberen en zo meer. Eigenlijk dingen die we al doen op studiezalen, maar zeker ook in buurthuizen en tijdens open dagen en dergelijke. Bijvoorbeeld mensen een gezellige avond bezorgen en tegelijkertijd onze databases verbeteren met aanvullende gegevens, onze collectie verrijken met mooie foto's enzovoort. Veel praten vooral, interactie met de klant, die we in contact brengen met het verleden, liefst zo dichtbij mogelijk.

Digitaal zijn we nogal slecht daarin. We maken het niet gezellig genoeg. Ik zei al eerder: digitaal zijn we gewoon asociaal. Van het geven en nemen hebben we vooral het tweede onder de knie. Daar gaat ook de meeste aandacht naar uit. We geven nog te weinig aandacht aan de sociale component van het sociale web.

Communitymanagement
Het gebrek aan aandacht voor communitymanagement heb ik al eens eerder aangekaart, bijvoorbeeld in de post over het crowdsourcingsproject rond militieregisters van het Stadsarchief Amsterdam. Maar het euvel speelt op veel meer plekken.

Ik moest er bijvoorbeeld laatst weer aan denken toen ik de foto's van het Grand Depart van de Tour de France bekeek die het Gemeentearchief Rotterdam verzamelde via Flickr. Mooi initiatief, ook al ben ik niet echt onder de indruk van het geacquireerde materiaal. Ik vraag me echter vooral af hoe dit project in sociaal opzicht is verlopen.

Is er een archiefmedewerker op Flickr actief geweest die naar sprekende foto's heeft gezocht en met de nodige complimenten contacten heeft gelegd met fotografen? Bijvoorbeeld met de vraag om bepaalde foto's toe te voegen aan de fotogroep van het archief of om ze simpelweg te wijzen op alle andere foto's daar? Of is alleen de groep opengesteld waarna er veel reclame is gemaakt, in de hoop zoveel mogelijk mensen te bereiken en foto's te verzamelen?

Dat laatste - en dat is wat er doorgaans gebeurt - is namelijk het digitale equivalent van wat we altijd al doen: wachten tot mensen met hun schoenendoos aan komen zetten. Het gaat mij dus om de eerste situatie, waarin een archiefmedewerker optreedt als communitymanager, pro-actief en vooral sociaal.

De mens in de crowd
We kunnen heel veel meer uit al onze mooie initiatieven halen als we daadwerkelijk werk maken van communitymanagement. Als we niet louter een modern stuk gereedschap centraal stellen - kijk eens wat een blitse tools wij inzetten - en ook niet datgene wat wij uiteindelijk van het volk, de crowd, willen hebben.

Maar als we de mens in de crowd zelf centraal stellen. Als die voor zichzelf meerwaarde ziet in hetgeen wij willen en zeker als die ziet dat zijn bijdrage aan het grotere geheel wordt gewaardeerd, dan volgt de rest - bij wijze van spreken - vanzelf.

Maatschappelijk relevant
Mensen opzoeken, ze stimuleren, met elkaar in contact brengen, bedanken, naar ze luisteren, ze aandacht geven en eventueel zelfs knuffelen. Vaak digitaal, maar in voorkomende gevallen ook offline, misschien op het knuffelen na dan. Dat moeten we online duidelijk nog leren.

In mijn ogen versterken we als archieven daarmee ook onze maatschappelijke positie en relevantie, omdat we mensen binden rond geschiedenis. Dat lijkt me een belangrijkere doelstelling dan archieven toegankelijk maken of veel foto's verzamelen. Maar het is natuurlijk heel mooi als dat laatste tegelijkertijd ook gebeurt, beter zelfs dan nu, omdat dit ook weer content is voor je community.

De meesten van ons hebben eigenlijk al een functie waarin dit soort taken zitten. Maar doen we er wat mee?

Aandacht
We willen community's bewust of onbewust voor ons laten werken. Maar wat geven we de communityleden er dus voor terug? Community's onstaan ook niet vanzelf, da's hard werken. Da's veel geven, geven en geven. En ja, dan uiteindelijk ook heel veel krijgen. Maar niet andersom.

Hebben we al communitymanagers in het archiefwezen? Doen jullie al aan communitymanagement?

De beschikbaarheid van voldoende tijd of middelen lijkt me niet het probleem. We denken er simpelweg niet bewust (genoeg) over na. Een probleem in onze houding dus, zelfs een beperking in ons denken. Gericht op wat we hebben en wat we willen, nog te weinig gericht op de mensen die ons daarmee kunnen helpen en voor wie we het uiteindelijk allemaal doen. Beetje raar, eigenlijk.

Plaatje

3 opmerkingen:

  1. Digitaal knuffelen voor een betere maatschappelijke positie en relevantie; mag ik het zo samenvatten? ;-)

    Blijft de vraag: was will das Weib? (en man ook natuurlijk) Naast aandacht moet er natuurlijk ook inhoud zijn. Die hebben we wel maar presenteren we (we als in: het BHIC) die dan niet goed (genoeg)? Of laten we de verkeerde dingen zien?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Je hebt natuurlijk ontzettend gelijk en ik hoop van harte dat de noodzaak omgezet gaat worden in daden.
    En ja, ik voel me geroepen om daar actie op te ondernemen als als als.

    AAAAAAAAAAAAHHHHHHHHH!

    Soms is het goed even te ontladen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Allebei dank voor het uitlezen en reageren! :-)

    @Marilou: Voor Twitter voldoet jouw samenvatting prima!

    Ik denk trouwens dat zeker 'das Weib' aandacht wil. ;-) Die aandacht wordt in ons geval doorgaans rondom inhoud gegeven - dat brengt in eerste instantie ons en onze klanten ook bij elkaar - maar die inhoud staat verder veelal niet (meer) centraal. Dat zijn de mensen en de relaties, die dus aandacht vragen/vergen.

    Een simpel voorbeeld: iemand stelt een vraag over zijn stamboom. Ik kan op die vraag ingaan en een hele conversatie opstarten, zonder antwoord te geven op de eigenlijke vraag, maar wel zodat die persoon zich ontzettend betrokken gaat voelen bij het BHIC, bij ons, een fijn gevoel overhoudt aan het contact enzovoort. Zeker als we hem daarna in contact brengen met mede-onderzoekers, die mogelijk met de vraag op zich kunnen helpen.

    Dienstverlening is immers iets anders dan het beantwoorden van vragen.

    Wat het BHIC betreft: we doen het op verschillende fronten al aardig tot goed, maar er is nog heel wat ruimte voor verbetering. Daar kunnen we een vergadering aan wijden. ;-) (Na mijn vakantie dan!)

    @Luud: Ontladen mag altijd op mijn blog! In zekere zin was mijn blogpost ook een ontlading, alleen dan een hele lange. ;-)

    BeantwoordenVerwijderen